Richteren 16 : 22 – 31

Gemeente,

‘Maar van het ogenblik af, dat zijn hoofdhaar afgeschoren was, begon het weer aan te groeien…’
U kent het verhaal van Simson ongetwijfeld. Hoe deze richter van Israël vanaf zijn geboorte opgevoed werd als een speciaal aan God toegewijde, een Nazireeër (van het Hebr. ‘nazir’ = (toe/in)gewijde). In Numeri 6 vinden we de regels waaraan een Nazireeër diende te beantwoorden, wat hij allemaal diende te doen of niet te doen zolang hij onder de belofte leefde : geen alcohol drinken bijvoorbeeld, zijn haar niet afsnijden, niet bij lijken komen… Dat lange haar dat was eigenlijk het uiterlijke teken van zijn apart gezet zijn voor God.

Vreemd genoeg misschien bleek deze enorm sterke man (sterk vanwege zijn toewijding aan God) moreel zwak te zijn. De verhalen schetsen hem als een Hercules aan de ene kant, en als een kwajongen aan de andere kant : opvliegend met een zwak voor vrouwen… een mens met vele fouten… een beetje zoals U en ik.
U kent het verhaal : hoe hij onder de invloed kwam van Delilah, die hem het geheim van zijn grote kracht ontfutselde. En terwijl hij sliep in haar schoot werd z’n haar afgeschoren. Toen kwamen de Filistijnen en Simson’s kracht was verdwenen want de HEERE was van hem geweken. Richt. 16:21 :’Toen grepen de Filistijnen hem en staken hem de ogen uit. En zij voerden hem af naar Gaza en bonden hem met twee bronzen kettingen. En hij maalde meel in de gevangenis…’

Want dat is het wat er gebeurd met een mens die zondigt. Zo’n iemand verliest als het ware zijn ogen, dat is dat je niet meer kan ‘zien’… je verliest inzicht tussen goed en kwaad. Zo iemand raakt als het ware gevangen (net zoals Simson in Gaza). Gevangen aan je zonde, en die zonde doet je blind slavenarbeid verrichtten (net zoals Simson die meel moest malen). Zonde is blinde slavenarbeid : we hangen aan onze lusten, of zijn verblind door foute ideologieën… onmogelijk is het voor ons om er vanaf te geraken… Zie wat zonde deed in het leven van Simson, zie wat zonde doet in jouw leven. Deze Simson die op grootse wijze gevochten had voor God’s eer leed groot verlies, leed erge pijn, kwam terecht in blinde slavenarbeid door zijn eigen fouten, zijn zonden. De ‘geschoren’ mens (en ik spreek figuurlijk) is slaaf geworden. Eens was hij een dienaar van de Heere, en strijdend voor de waarheid en God’s eer. Maar nu in gevangenschap geleid door zonde… Hoe vaak is het ook niet zo met ons gesteld!

Vaak wordt dit verhaal van Simson gezien als een afkooksel van het verhaal over Hercules (Herakles). Zo kan de ‘moderne’ geleerde het bijbelse verhaal afdoen als een verzinsel, want gewoon afgekeken van de Grieken. Zo mist men echter de essentie van het bijbelverhaal en het grote onderscheid met het Hercules-verhaal. Hercules is bekend vanwege zijn 12 werken : grootse daden die hij moest stellen en die hij ook tot een goed einde bracht. In die zin is Hercules bovenmenselijk, een half-god… niet alleen vanwege zijn grootse kracht maar ook het feit dat hij slaagt in die werken : zijn daden zijn goed, ja perfect. Zo ziet de mens zichzelf van nature, in staat om dit alles te volbrengen : ‘als je maar wil, dan kan je het’ is zo’n populaire uitdrukking tegenwoordig! De natuurlijke mens meent dat hij in zijn daden tot God kan naderen… de mens ziet zichzelf als een half-god… Maar Simson daarentegen is werkelijk ‘mens’ zoals de bijbel ons de mens toont. Simson faalt! Hij is niet in staat om die 12 werken tot een goed eind te brengen. Simson is moreel zwak… ja, zondig… zoals U en ik.

En je kan wel zeggen : het kwam toch uiteindelijk in orde met Simson. Hij vernietigde de Filistijnen in een laatste krachtinspanning omdat God hem opnieuw kracht schonk, hoewel hij het niet verdiende. Maar merk op dat hij in die daad stierf, en dat hij zijn vrijheid nooit herwon, of het was in de dood naar nieuw leven. Hij kon niet meer de mens worden die hij voorheen was. Ja, er is genade in het leven van een christen, we worden gered!… Maar de prijs van onze zonde moet altijd betaald worden… er zijn altijd consequenties in je leven.
Broeders en zusters, wees op je hoede : laat je (figuurlijke) haarlokken niet afgeschoren worden. Zonde zal ze wegsnijden wanneer je niet oplet. Wanneer je je in slaap laat wiegen door verlangens en lusten die niet overeenkomen met God’s wet. Maar er is God-zij-dank meer dan hoop en zo komen we bij de tekst voor vanmorgen : ‘Maar van het ogenblik af, dat zijn hoofdhaar afgeschoren was, begon het weer aan te groeien…’

Wat mogen wij leren uit dit beeld van Simson’s haar dat opnieuw groeide? Ten eerste wel dit : dat er hoop is voor zij die falen in dit leven als christen. Herken U zelf in Simson. Wanneer wij tot geloof komen ontvangen wij (geestelijke) kracht om daden te verrichtten tot God’s eer. Die daden zijn het uiterlijke teken van het nieuwe verbond tussen God en de mens (net zoals het haar van Simson het uiterlijke teken was van zijn gelofte aan God). Maar wat blijkt nu maar al te vaak : wij falen zoals Simson (Jak. 3:2 : ‘Want wij struikelen allen in velerlei opzicht…’). Je zou kunnen zeggen (figuurlijk) dat ons haar (onze goede daden) afgeschoren wordt wanneer wij falen : onze daden schieten te kort, we verprutsen het, we doen niet wat God eigenlijk van ons verlangt.

Maar, broeders en zusters, haar is uiteindelijk dode materie. En dat zulks verwijderd wordt uit ons leven is erg en draagt altijd zijn consequenties met zich mee : zonde heeft altijd zijn prijs. Maar het leven is in de haarwortel (!!!) die niet afgeschoren kan worden. En zo is er altijd de belofte van nieuw haar!
Zo is het altijd ook met het volk van God, zij die behoren tot de ‘kerk’ (ik heb het niet over één of andere denominatie maar over het lichaam van Christus). Het Leven is inwendig in de geest (zoals die haarwortel onzichtbaar). En onze daden (ons ‘haar’ zou je kunnen zeggen, het zichtbare) mogen dan wel belangrijk zijn, zij brengen geen Leven… ja, zij zijn dode materie in de ogen van deze God. Het is niet in ons ‘haar’ dat het Leven aanwezig is, het is niet door ons ‘haar’ dat we gered worden! Maar het is de onzichtbare haarwortel die Leven in zich draagt : zoals ons geloof wanneer je christen geworden bent. En daarom, broeders en zusters, is er altijd hoop, ook wanneer we weeral falen (dat we ons ‘haar’ hebben laten afsnijden) : ‘Maar van het ogenblik af, dat zijn hoofdhaar afgeschoren was, begon het weer aan te groeien…’! Er is God-zij-dank hoop!

Het kan gebeuren in je leven als christen dat er jaren komen waarin je je toch laat meeslepen door deze maatschappij waarin we leven : de druk van het dagelijkse werk, de praat van de collega’s, je zogenaamde ‘vrienden’… en je geloof sijpelt langzaam weg. Er is geen communicatie meer met God en je zegen ben je kwijtgeraakt zonder dat je het merkte. Je ‘haar’, met andere woorden, werd afgeschoren zonder dat je het merkte (terwijl je sliep als het ware, zoals Simson)….
Maar dan komt er een ogenblik, wanneer God het wil, dat je de leegte ziet van je leven. Je komt tot het inzicht van je fouten die je meeslepen in blinde slavenarbeid. Er is berouw, het besef dat je fout bezig bent. En het eerste wat je dan doet is het uitschreeuwen tot God… met gebed! Daarom lezen we in vers 28 : ‘Toen riep Simson (vanuit z’n gevangenschap) tot de HEERE en zei : Heere HEERE! Denk toch aan mij en maak mij toch alleen nog deze keer sterk….!’ Het eerste wat hij doet is bidden!
Broeders en zusters, bid toch als Simson wanneer je tot de ontdekking komt op welk laag pitje je geloof brandt. Bid dat de Heere mag terugkomen in je leven, dat je opnieuw die (geestelijke) kracht mag ontvangen waarmee je je ‘Filisijnen’ kan overwinnen… ja dat je ‘haar’ terug mag groeien zoals bij Simson.

Ten eerste mochten we dus leren uit dit beeld van Simson’s haar dat er steeds hoop is voor zij die falen in dit leven als christen. God-zij-dank er is altijd hoop! Ten tweede mogen we ook iets leren over de kerk, de voorgangers en de gelovigen, denk ik zo. Herinner u dat we zeiden dat het haar van Simson het uiterlijke kenmerk was van zijn gelofte aan God. Het haar is het teken van de toewijding tot God. En dat zulks nooit mocht worden afgesneden of dat hij zijn grote kracht zou verliezen. Wel zo is het ook met onze kerk geschied. We stammen uit een traditie van hervormers die vochten voor de eer en glorie van God. Ja de eerste hervormers (Luther, Calvijn, Zwingli…) waren als Simsons die vochten met leeuwen. Deze kerk waaruit wij voortkomen wist vroeger hoe ze moest dienen en lijden. Hoe ze trouw moest blijven aan de waarheid, met ernst in heilige arbeid… Maar wat blijft er nu nog over van dat ‘haar’? In de loop der jaren (eeuwen) werd het ‘haar’ afgesneden, lok na lok viel op de grond. De kerk is… respectabel geworden… want laten we eerlijk zijn : zo’n warrige lange haardos als van Simson dat is toch not-done! Dat ziet er niet uit… een net kort kapsel, dat willen we : respectabel zijn, cultureel verantwoord! Geïntegreerd in de maatschappij, ‘relevant’ heet dat dan… maar het ‘haar’ is verdwenen, de zegen van de Heere is verdwenen.

De dominee’s zijn geleerde mensen, en willen aan niemand aanstoot geven. De preken zijn relevante culturele toespraken geworden. De ‘gelovigen’ zijn een select clubje van private aanhangers van een idee : privaat, want je mag er niemand mee lastig vallen. Gelovig zijn is een hobby voor zondagmorgen…. De kerk, de dominee, de gelovigen… ze zijn geen kracht meer voor het goede (want het ‘haar’ is er af).
Hoe moet de kerk z’n kracht terugkrijgen? De kerk moet het ‘haar’ terug laten groeien. Niet meer zo respectabel willen zijn, niet zo relevant voor deze maatschappij. De kerk moet hoongelach gewoon worden, de spot aanvaarden. Want het is in toewijding aan de Heer dat de kerk haar kracht kan terugvinden. Wij zijn hier tot een getuigenis aan de wereld. Getuige te zijn van de eenvoud van het evangelie : Jezus Christus en die gekruisigd tot een verzoening van al onze zonden. Schaam u niet voor dit evangelie. Leer dagelijks terug bidden, schreeuw het uit tot God… laat het ‘haar’ terug groeien.

Zodus, broeders en zusters, mogen we een profetie zien in de woorden van de tekst : ‘Maar van het ogenblik af, dat zijn hoofdhaar afgeschoren was, begon het weer aan te groeien…’ Het is toch bevreemdend dat die Filistijnen dat haar niet kort hielden? Ze wisten waar die grote kracht van Simson vandaan kwam. Hadden ze niet beter elke ochtend een kapper gezonden naar de gevangenis?… Maar het is omdat de Filistijnen ongelovigen waren die dachten dat, nu Simson gefaald had, hij automatisch afgedaan had! Hoe vaak is het ook niet zo bij ons : dat we denken, omdat we falen, dat God ons niet meer liefheeft. Onze daden schieten te kort (ons ‘haar’ is er af) en dus, denken we, is het om zeep. Wij koppelen onze redding, het feit dat God ons liefheeft, aan onze daden. Aan wat wij doen of niet doen. Niets is minder waar!

De profetie van dit vers is er dus bovenal één van hoop. Want wat zal Simson gedacht hebben, daar in die gevangenis, zijn ogen uitgestoken, blind…. maar toch voelde hij de stoppels groeien op zijn hoofd. Elke dag een millimetertje meer. Spoedig zou hij zijn kracht terugkrijgen, spoedig zou God hem opnieuw zegenen… Elke dag in die gevangenis was er de belofte van bevrijding van de onderdrukker. Zijn ogen kreeg hij niet terug, zijn vrijheid ook niet… in dit leven. Er zijn altijd consequenties aan de zonden die we bedrijven. Maar er is altijd hoop!

En daarom is er ook hoop voor deze kerk! Hoop voor de dominee’s en voor de gelovigen in de kerkbanken. De Hercules-mensen zullen ten onder gaan. De eersten zullen de laatsten zijn. Zij die falen hebben de hoop op de overwinning. De hoop die zij niet verdienen, maar die hen gegeven wordt om niet. Redding is er voor allen die zien op de verhoogde aan het kruis.

Broeders en zusters, wanhoop niet wanneer je geschoren wordt in dit leven. Wanneer je weeral faalt. Het leven zit niet in je ‘haar’, je goede daden die je stelt. Maar het leven zit in de wortel, onzichtbaar voor de buitenwereld. Deze wortel is ons geschonken, ons geloof in Jezus de Christus, die de overwinning bracht voor ons allen aan het kruis en in Zijn opstanding. Nieuw Leven (ja, nieuw ‘haar’) voor U en mij!

Voorbede.

Hemelse Vader,

U weet hoe vaak wij geschoren worden in dit leven.

U weet hoe vaak wij ons lange haar verliezen,

door al de fouten die we maken t.o.v. de naaste…

U weet hoe vaak wij in blinde slavenarbeid

geleid worden door de ‘Filistijnen’ in ons leven.

U weet hoe vaak wij ons vertrouwen stellen

op de kracht van ons lange ‘haar’,

op de kracht van de goede daden die wij stellen.

Wij denken dan dat we Uw liefde verdienen

door wat we presteren in woorden,

daden, en gedachten.

Wij denken maar al te vaak dat het door onze kracht is,

dat we overwinnen zoals een Hercules, een half-god…

Maar niets is minder waar Vader.

Onze kracht is alleen maar Uw kracht,

Het leven zit niet in het haar maar in de wortel.

Uw Geest is de wortel van ons leven.

Alles wat we zijn is door Uw genade.

Laat Uw Leven in ons zijn, onzichtbaar.

Laat Uw Geest in ons vertoeven.

Sta niet toe dat we tot wanhoop komen

wanneer we weeral falen t.o.v. de naaste.

Maar richt ons telkens op Vader!

Schenk ons de hoop van Uw beloftes.

Dat ons ‘haar’ opnieuw mag groeien,

dat we krachtig mogen worden als Simson

in geestelijke arbeid tot Uw eer en glorie.

Amen.