Psalm 77

Gemeente,

‘Mijn stem klinkt tot God en ik roep, mijn stem klinkt tot God en Hij zal mij aanhoren. Op de dag van mijn benauwdheid zocht ik de Heere…’ Dat is iets waar heel wat mensen zich in kunnen herkennen. We zoeken de Heere wanneer het moeilijk gaat. Moeiten in ons leven : dat kan van alles zijn, van ziekte tot eenzaamheid, van financiële moeilijkheden tot het sterven van geliefden…

En antwoordt God dan, wanneer wij roepen tot Hem?… … Niet altijd, broeders en zusters, niet altijd. Dat is waar psalm 77 over gaat. Het roepen tot God die niet beantwoord wordt… In Psalm 107:6 staat er : ‘Maar toen zij in hun benauwdheid tot de HEERE riepen, redde Hij hen uit hun angsten…’ In sommige kerken wordt daar de nadruk gelegd, alsof het altijd zo moet zijn… of je geloof is niet groot genoeg, zeggen ze dan : het is je eigen schuld dat God niet antwoordt… Werkelijk?… Er zijn heel wat smeekbeden die nu NIET beantwoordt gaan… en daarover mogen we (godzijdank) lezen in Psalm 77! Want dit mag een troost wezen voor U wanneer moeiten komen… en blijven. Je herinnert je misschien van vroeger dat Hij toen wel antwoordde… maar nu blijft het zo stil!

Psalm 77 kunnen we in 4 delen opsplitsen. En wel ten eerste de roep van de psalmist (verzen 1-7) : ‘Mijn stem klinkt tot God en ik roep…’ De bijbel is een heel eerlijk boek : problemen worden niet uit de weg gegaan. Hier wordt gesproken over ‘de dag van mijn benauwdheid…’ Gelukkig weten we er verder niets over in de psalm zodat elke gelovige dat voor zichzelf mag invullen. Want die dag van benauwdheid die komt zeker in ons leven, als ze er al niet is. Dit is iets heel erg persoonlijks, en iets anders voor elk van ons. In die dag van benauwdheid zoek ik de Heere… maar krijg geen antwoord….

Misschien herinnert u zich net als de psalmist dat God vroeger wel kon antwoorden. Er staat in vers 7 : ‘Ik dacht aan mijn snarenspel, ‘s nachts peinsde ik in mijn hart…’ Maar we kunnen ook vertalen : ‘Ik herinner mij mijn lied in de nacht…’ (dat doet ons denken aan Job 35:10 : ‘God… die psalmen geeft in de nacht’). Die nacht is de nacht van onze benauwdheid… en daarin kan God ons een lied geven, een psalm… Als u van muziek houdt dan weet u wel wat een mooi lied kan bewerkstelligen : een lied die ons hoop geeft, en geloof en liefde. Maar zoals het vroeger was is het niet altijd. Dat is het thema van onze psalm van vanmorgen (psalm 77). Te herinneren hoe het vroeger was, dat lied in de nacht die Hij ons gaf, leidt nu tot extra pijn… want nu is er geen lied meer, geen antwoord… Dit brengt ons bij het grootste probleem voor de psalmist. Een groter probleem eigenlijk zelfs dan die dag van benauwdheid… namelijk dat we ons vragen beginnen te stellen over God’s liefde en zorg.

Dit leidt ons na het eerste deel (de roep) tot het tweede deel van de psalm : een heleboel vragen die de psalmist ons stelt in de verzen 8 – 10 :
‘Zou de Heere dan in alle eeuwigheid verstoten, niet meer goedgezind zijn?’
‘Houdt Zijn goedertierenheid voor altijd op?’
‘Heeft God vergeten genadig te zijn?’ …….

Dit zijn de vragen die ook in ons binnenste naar boven borrelen wanneer er geen antwoord komt in die dag van benauwdheid. Vroeger kreeg ik misschien zo’n lied in de nacht, maar nu lijkt God verandert te zijn. Het speciale is dat deze vragen in ‘t Hebreeuws eigenlijk zichzelf beantwoorden in zekere zin. Zo staat er in vers 9 : ‘Houdt Zijn goedertierenheid voor altijd op?’ Het Hebreeuwse woord (chesed) dat hier vertaald wordt met ‘goedertierenheid’ is een woord dat verwijst naar de verbondstrouw van God met Zijn volk, als ook naar een nooit falende liefde. Eigenlijk zou je ook kunnen vertalen : ‘Houdt Zijn nooit falende liefde op?’ of ook wel : ‘Faalt Zijn nooit falende liefde’??… Dat kan natuurlijk niet, want het is nooit falend dus moet het wel doorlopen, zelfs al ervaren we het om een of andere reden nu niet.

Er is dus niets in de huidige omstandigheden, in die dag van benauwdheid, die ons een blijk zou geven van God’s liefde… En zo wordt de psalmist voor een keuze gesteld : vroeger geloofde, vertrouwde hij op God, toen hij ook antwoord kreeg van God. Maar nu moet hij zich afvragen : Geloof ik nog wel in die God (vertrouw ik op Hem) ook wanneer er geen antwoord is??… Vroeger kon ik geloven vanwege de zegeningen die ik mocht ervaren. Maar nu komt de vraag : kan ik nog geloven, vertrouwen wanneer er geen zegening komt in m’n leven, geen antwoord…

Herinner u het verhaal van Sadrach, Mesach en Abednego (in het boek Daniël). Deze drie jonge mensen bogen niet neer voor het afgodsbeeld dat koning Nebukadnezar had laten maken. Daarom werden ze voor de koning gebracht die hen vroeg : ‘Wie is dan de god die u uit mijn handen kan verlossen?’ (Daniël 3:15)… Deze drie jonge mensen stonden eigenlijk voor dezelfde keuze als de psalmist. Voorheen had God hen gezegend… Hij had vroeger geantwoord zou je kunnen zeggen, maar nu waren ze als bannelingen in een ver en vreemd land gesteld voor een verschrikkelijke keuze. Hun leven stond op het spel. Schijnbaar bleef er, op dat ogenblik toen ze voor de koning stonden, niets over van die God waarin ze geloofden. Ze stonden voor de keuze : Geloven we (vertrouwen we) in deze God van onze voorvaderen ongeacht de omstandigheden? Of geloven we alleen maar nadat Hij geantwoord heeft?…

Hoe antwoordden deze jongelui aan Nebukadnezar? ‘Als het moet, kan onze God, ons verlossen uit de brandende vuuroven… En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren…’ (3:17v). Hij kan ons eventueel misschien verlossen, maar zelfs als Hij dat niet doet dan…. Met andere woorden : zij kozen er voor om te geloven, te vertrouwen ongeacht de omstandigheden. Ze wisten ook duidelijk niet of God zou antwoorden en hun redden of niet! Wij kennen het verhaal en weten dat ze gered worden! Maar zij zelf wisten dat dus niet en toch vertrouwden ze op deze God, of Hij hun nu redden zou of niet.

En dat is de vraag die aan de psalmist gesteld wordt en ook aan ons : geloven we in, vertrouwen we op, God vanwege datgene wat Hij voor ons doet (onze zegeningen die we ontvangen), of vertrouwen we op Hem vanwege wie Hij is?
De psalmist staat op de rand van de afgrond. In die vraag die hij stelt : ‘Faalt Gods nooit falende liefde?’ (vers 9), kan hij twee kanten op. Ofwel verwerpt hij die nooit falende liefde, als een mythe, een verzinsel. Ofwel aanvaardt hij dat deze God God blijft, zelfs al is er schijnbaar geen antwoord.

Zo komen we bij het derde deel van de psalm, na de roep (1-7) en de vragen (8-10) : namelijk de beslissing van de psalmist (verzen 11-13) : ‘Ik zal de daden van de HEERE gedenken, ja, ik zal denken aan Uw wonderen van oudsher. Ik zal al Uw werken overdenken en over Uw daden spreken…’ Die beslissing die daar gebeurt is om te veranderen van ingesteldheid! We zien hier in de verzen 11-13 dat de psalmist zal ‘gedenken’, ‘denken’, ‘overdenken’. We komen diezelfde woorden ook tegen in het begin van de psalm, in het deel van de roep van de psalmist. Het grote onderscheid is dat het ‘overdenken’ (peinzen staat er in de vertaling) in de eerste verzen een overdenken is zonder bijhorend onderwerp : ‘peinsde ik, dan bezweek mijn geest…’ (vers 4), ”s nachts peinsde ik in mijn hart…’ (vers 7). Maar er staat niet bij waar hij op peinsde. Dat is wanneer onze gedachten op hol slaan, vol emotie zijn. We malen in ons hoofd… We worstelen in ons binnenste, zonder houvast….

In de verzen 11-13, de beslissing, zien we 3x staan ‘ik zal (ge)(over)denken…’ (3 is het getal van beslissing). Dit is een wilskrachtige beslissing om inderdaad te denken, te peinzen… maar niet zomaar! Niet in ‘t wilde weg… Er staat telkens een onderwerp bij in die verzen 11-13 : ‘ik zal de daden van de HEERE gedenken… ik zal denken aan Uw wonderen… ik zal al Uw werken overdenken…’ Dit is trouwens wat dus moet gebeuren voordat we om hulp roepen. We zijn altijd snel om vanalles te vragen aan God, en als er dan geen antwoord komt zijn we teleurgesteld. Maar dat moet niet onze basishouding zijn. Voordat we roepen moeten we denken aan de daden van de HEERE, die Hij vroeger deed aan ons of aan anderen, aan Zijn volk. Dan mogen we weten dat Zijn nooit falende liefde werkelijk nooit faalt. En kunnen we net als de drie vrienden in Daniël zeggen : ‘Als het moet, kan onze God, ons verlossen uit de brandende vuuroven (al onze problemen!)… En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden (de afgoden van deze maatschappij) niet zullen vereren…’ Zo beslist de psalmist in die verzen 11-13 om innerlijk te veranderen… om te veranderen in z’n benadering van God. Dat is het wat wij ook moeten leren, broeders en zusters!

En zo komen we bij het vierde en laatste deel van de psalm : na de roep (1-7), de vragen (8-10) en de innerlijke beslissing tot verandering (11-13) komen we bij de 4 eigenschappen van deze bijzondere God. We kunnen ze vinden in de verzen 14 – 19. Een eerste eigenschap vinden we in vers 14 : ‘O God, Uw weg is in het heiligdom…’ (Hebr ‘qodesh’ : het heilige). Heilig betekent letterlijk ‘apart gezet’ : zuiver, rein, anders. God is de Gans Andere. Dit anders zijn van God leidt misschien juist in het begin van de psalm tot de problemen van de psalmist : namelijk dat wij God niet altijd begrijpen wanneer Hij niet antwoordt… omdat we de redens daarvan niet begrijpen. Maar het is juist dit anders zijn dat we moeten leren vertrouwen (geloven in). Want dit gans andere is het omgekeerde van deze wereld, deze maatschappij. Wat wij verwachten en belangrijk vinden is dat meestal niet en omgekeerd! Wat wij belangrijk vinden is meestal onrein (de eerste willen zijn, winnen, egoisme, krijgen….). ‘O God, Uw weg is het heilige…’! Die weg is ook de levensweg die wij moeten leren.

Een tweede eigenschap is vers 15 : ‘U bent de God die wonderen doet…’ Het Hebreeuwse woord voor wonder (‘péhléh’) wil ook zeggen : iets bewonderenswaardig, die heel moeilijk te begrijpen is. Heel moeilijk te begrijpen voor de mens, voor u en ik. Heel moeilijk te begrijpen voor de natuurlijke mens, omdat we niet rein (‘heilig’) zijn in onze betrachtingen.

Ten derde, vers 16 : ‘U hebt Uw volk door Uw sterke arm verlost…’ Deze God is een verlosser. Hij doet heilige wonderen om te verlossen. Hij doet gans andere moeilijk te begrijpen bewonderenswaardige dingen om ons, Zijn volk, te verlossen!

En ten vierde, de verzen 17-19, God openbaart Zich. In die verzen 17-19 verwijst de psalmist naar de bijzondere gebeurtenis van de exodus, met name de doortocht door de Rode Zee (Exodus 14). Eigenlijk verkeerden Mozes en het volk in dezelfde positie als de psalmist. Ze konden niet vooruit gaan door het water, en de Egyptenaren stormden op hen af. Zij waren op dat ogenblik wanhopig… God had vroeger geantwoord toen ze nog in Egypte verbleven, met de 10 plagen. Maar nu, op dat kritieke ogenblik, leek Hij niet te antwoorden. En toch komt er verlossing! Heilige (gans anders) wonderbaarlijke (voor ons mensen moeilijk te begrijpen) verlossing!

Dit is de les voor ons vanmorgen, broeders en zusters. Deze emotie van de psalmist, dat God niet lijkt te antwoorden, zal zeker komen in ons leven, als het er al niet is. Mocht je het nog niet ervaren hebben, wees maar zeker dat het komt … wanneer de nacht valt, wanneer allerlei problemen je doen bezwijken. Maar denk aan Jesaja 55:8 : ‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE…’ Het is vanwege deze reden dat we God niet kunnen doorgronden… we kunnen het mysterie van Zijn werking in ons leven niet begrijpen. Omdat Hij de Gans Andere is, zoveel groter dan ons, zo mysterieus… Was God daar voor de psalmist??… Zeker weten van wel! Die ganse ‘nacht’ dat hij het uitriep… was God daar. Maar vanwege Zijn ondoorgrondelijke beweegredenen besliste God (nog) niet te antwoorden. Misschien is dit wel omdat we moeten leren vertrouwen op deze God, zelfs als Hij niet antwoordt!

God’s weg leidt doorheen de (Rode) zee, de chaos… doorheen de moeilijkheden die ons leven vormen, die ons zuiveren. Hoe zul je dan de volgende keer reageren? In wanhoop roepen?… Of in vertrouwen rusten in Zijn hand?

Voorbede.

Hemelse Vader,

Wij bekennen dat er ogenblikken zijn in ons leven,

waarin het ons lijkt dat U niet antwoordt…

Soms valt de nacht in ons leven…

Wij bezwijken onder onzekerheid, lijden, verdriet…

Wij roepen tot U, maar horen niets.

Vader, ontferm U over ons!

Leer ons Uw heilige weg!

Leer ons dat wij gans anders moeten leren luisteren.

Leidt ons op Uw gans andere levensweg.

Bewerk dan wonderen in ons leven.

Doe ons inzien, schenk ons de wijsheid,

om Uw wonderen te mogen begrijpen.

Dat zij duidelijk mogen worden in ons leven.

Schenk ons het vertrouwen om U te leren zien

als de verlossende God, die heilig is, anders is,

en o zo moeilijk te begrijpen voor ons.

Openbaar ons Uw woorden, Uw daden,

aan ons en onze naaste, aan Uw volk.

Gij zijt de Gans Andere, Vader.

Schenk ons dan geloof, vertrouwen…

zelfs wanneer Gij schijnbaar niet antwoordt.

Leer ons om te vertrouwen op Uw ondoorgrondelijke weg met ons.

En laat ons leven vanuit dat vertrouwen,

dat we andere mensen, onze naaste,

mogen steunen en oprichten,

hen mogen opbouwen in geloof, hoop en liefde.

Wees Gij steeds bij ons, Vader!

Amen.