Marcus 4 : 26 – 34

Marcus 4 : 26 – 34 + Prediker 11 : 1 – 6

Gemeente,

‘Alzo is het Koninkrijk Gods, als een mens, die zaad werpt in de aarde, en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe. De grond brengt vanzelf vrucht voort : eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is.’

Ik wil het vanmorgen met u hebben over de arbeider in het koninkrijk van genade en wat die christelijke arbeider kan doen (tot wat hij of zij in staat is), en wat hij of zij niet kan doen…
Deze korte gelijkenis die we zonet gelezen hebben vinden we alleen bij Marcus overigens, maar ze is er daarom niet minder door. Het is eigenlijk vooral een les bedoeld voor de ‘zaaiers’, de arbeiders op het landgoed van hun Meester met andere woorden. Ja, het is een gelijkenis voor iedereen die zich engageert voor de groei van het Koninkrijk van God.

Wel laten we dan eerst en vooral kijken naar wat de arbeider kan doen en wat hij niet kan doen : ‘Alzo is het Koninkrijk Gods, als een mens, die zaad werpt in de aarde’… dit is wat hij kan doen, ‘… en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe…’ dit is dus wat hij niet kan doen.

De mens is niet in staat om het zaad te doen groeien… is niet in staat om te beslissen welk zaadkorreltje zal ontkiemen en welk niet : dat is volledig buiten zijn bevoegdheid (hoe graag zouden we het anders willen natuurlijk en dan denken we ongetwijfeld eerst en vooral aan hen die ons dierbaar zijn : onze kinderen, familie, goede vrienden…). Wanneer het zaad éénmaal gezaaid is kan de arbeider alleen maar ‘slapen en opstaan, nacht en dag…’ (berusten, afwachten… afhankelijk zijn van God). En toch stopt de taak van de arbeider niet met alleen maar zaaien : ‘Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is…’ Niet alleen zaaien dus, maar ook maaien.

Er is met andere woorden een plaats voor de christelijke arbeider aan het begin en aan het einde : het middenstuk echter behoort aan God. Het begin is dus het ‘zaaien’ : en dat is : iedereen die de kennis van de genade van God in zijn of haar hart ontvangen heeft kan anderen daarover onderwijzen. Let wel, niet iedereen is daar even goed in (niet iedereen heeft dezelfde talenten)… ook hebben we niet allemaal dezelfde mogelijkheden of omstandigheden waarin we in staat worden gesteld om te onderwijzen… de één leeft in de schaduwen om het zo maar te zeggen, een ander staat op het podium van het leven, in het centrum van de belangstelling.

En toch is er in de familie van God niemand (!) die geen ‘zaadjes’ heeft. Iedereen van ons heeft wat : een handjevol misschien… of een goed gevulde zak… en sommigen zou je kunnen zeggen, rijden rond met zo’n landbouwmachine die de zaadjes in alle richtingen sproeit… naargelang de talenten en de omstandigheden waarin God ons geplaatst heeft.

Het belangrijkste is dit : de heilige taak van het zaaien is in het bereik van elke gelovige.
Het kind in de schoolbanken, de arbeider in de fabriek, de dokter bij zijn patienten, de dominee in de kerk (ja, zelfs die!)… de zwakste hand kan zo’n superklein korreltje, zo’n mosterdzaadje dragen en laten vallen op de juiste plek. Ja, één zo’n zaadje dragen en laten vallen op een goede plek, is de hoogste betrachting van een mens… geen enkele andere activiteit van mensen kan zich daar aan meten (de maatschappij wil u natuurlijk anders laten geloven, alsof carriere, vakantiebestemmingen en zo belangrijk zouden zijn)…

Elke dag, elk gezelschap brengt ook z’n mogelijkheid tot zaaien. Geloof daarin, vertrouw daarop. We denken vaak te snel dat het wel niet de juiste ‘gelegenheid’ zal zijn en… we zwijgen… ‘Zaai uw zaad in de morgen en laat uw hand tegen de avond niet rusten…’, lazen we in Prediker, ‘want gij weet niet, of het ene gelukken zal of het andere, dan wel of beide tezamen goed zullen zijn…’

Jesaja schrijft ons (Jes 32:20) : ‘Welzalig gij die aan alle wateren zaait…’ Broeders en zusters, imiteer de zaaier van de gelijkenis die vrij rondstrooide… niet alleen op de stukjes braakliggende kwaliteitsgrond, maar ook op de weg, tussen de rotsen, tussen het onkruid… overal met andere woorden.

Eigenlijk moeten we kwistig zijn met dat zaad… Aan de andere kant zal een wijze landbouwer toch wel weten dat het ene moment veel beter geschikt is dan een ander ogenblik, naar gelang het seizoen, de vochtigheid enz…. Of met andere woorden : zaaien is nooit fout… maar als we als christen doordacht te werk gaan, zou de oogst wel eens groter kunnen zijn…

Broeders en zusters, onderschat het belang niet van de verkondiging van het evangelie (zelfs al is het beschamend simpel in z’n eenvoud). Het is een essentieel iets, de verkondiging. Hoe kan men het verlossende woord horen als niemand spreekt?… Landbouwgrond brengt toch ook alleen maar onkruid voort als er niet gezaaid wordt?… Zo brengt het menselijke hart ook alleen maar onkruid voort van nature, dat is als je ‘t met rust laat. Willen we vrucht dragen dan moet het zaad van de waarheid eerst geplant worden.

God gebruikt mensen (u en ik) om het graan van Koninkrijk te zaaien in de harten van de mensen. Dat is uw goddellijke taak! Elke dag, elk ogenblik heeft nood aan de prediking van het evangelie. Geloof komt door horen, en hoe zou er horen kunnen zijn als er geen getuigenis was? Getuigenis door een mens… (de zaaier!)… Het zaaien is niet iets dat we alleen kunnen doen als we er ‘zin in hebben’ (als een hobby of zo, alleen op zondagmorgen bijvoorbeeld). Nee, het is een heilige taak : hoe zou er oogst kunnen zijn, als er niet gezaaid werd?

Ook niet éénmalig zaaien (nu weten ze het en moeten ze maar hun plan trekken)… nee, zaaien en opnieuw zaaien, want er zijn heel veel gevaren voor elk zaadkorreltje. Zoveel plaatsen waar ze verkeerd kunnen vallen, zoveel onkruid die het ontkiemende graan wil doen stikken…
Blijven zaaien, broeders en zusters, want dit is iets wat we kunnen (!), en dus worden we ook geacht het te doen… Wat het resultaat zal zijn van ons zaaien?… We weten het niet, want de groei kunnen wij niet geven. Dat ligt niet in onze macht : ‘en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe…’

Het ontkiemen van het zaadje in het hart is een mysterie… de groei van de plant is een mysterie… het dragen van (hoeveel?) vruchten aan die nieuwe plant is een mysterie… Vruchten die op hun beurt zaadjes zullen geven voor nog nieuwe planten… Hoe komt het dat de ene mens die luistert naar het Woord verandert, zich bekeert, en een ander niet?… We weten het niet!… Berouw, naastenliefde, geloof en hoop bij de één wel, en bij de ander niet… Dat gaat ons verstand te boven

En toch eindigt onze taak niet met enkel zaaien : Ik vertel u het evangelie ‘en trek uw plan’. Er is ook ‘maaien’ : ‘Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is…’ (het gaat hier niet over de eindtijd als grote oogst, want de gelijkenis centreert zich op de ‘zaaier’ : het gaat dus over de menselijke verhoudingen).
De oogst hier bedoeld komt wanneer de ‘zaaier’ ziet dat zijn zaaien van het Woord vrucht begint te dragen. Wanneer we het geloof zien groeien in het hart van één van onze aanhoorders.

Merken we dat op bij mensen die naar ons geluisterd hebben, dan kunnen we niet aan de zijlijn blijven staan, maar moeten we ‘oogsten’, dat is : binnenhalen. Binnehalen in de geloofsgemeenschap door bemoediging, ondersteuning, troost… De wijze landbouwer haalt de oogst op het juiste ogenblik binnen in verzamelt het in een schuur (zeg maar de kerk als geloofsgemeenschap).
De christelijke arbeider heeft dus twee taken : het zaaien/verkondigen van het evangelie en de oogst verzamelen (het opbouwen van de geloofsgemeenschap). Dat is wat de gelovige kan doen.

Als tweede puntje kunnen we ook vragen naar wat we kunnen weten als christelijke arbeider en wat we niet kunnen weten. Wat we kunnen weten, ja wat we mogen weten is dit : het woord van verkondiging dat we spreken zal groeien! In wiens hart weten we niet… maar dat het zal groeien dat mogen we weten.

Want er is leven in het woord zoals Petrus schrijft (1 Petr 1:23) : ‘hebt elkander lief, als wedergeboren (groei, vrucht dragen), en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God’. Datgene wat we ‘zaaien’, broeders en zusters, is het levende Woord van de levende God : zou daar niets uit groeien??

Ja, het is de levende God die de dode harten van mensen bewerkt om het zaad dat we zaaien op te nemen als in vruchtbare aarde. Waarom de één wel en de ander niet? Wel, dat weten we niet. En het is niet aan ons om het te weten. Want het ‘leven’ komt niet van de menselijke spreker van het woord, maar van het Woord zelf! Wat mensen spreken zijn slechts menselijke woorden, maar we mogen vertrouwen dat in verkondiging het levende Woord doorheen onze woorden werkt in de harten van de mensen. De menselijke woorden zijn als het harde omhulsel van het levendgevende zaad daarbinnen!

De spreker is uiteindelijk niet de oorzaak, de bron van Leven… hij of zij is slechts een instrument, een kanaal, een doorgeefluik… Hemels zaad groeit in ‘t geheim : dat is : zaad wordt opgenomen door de aarde en is onzichtbaar aanwezig tot ze ontkiemt. Zaadjes zijn uiteindelijk op ‘t eerste zicht slechts harde korrels (zo zijn menselijke woorden ook vaak, denk maar aan saaie preken). Maar eenmaal opgenomen in het hart (de aarde, en nu onzichtbaar voor de buitenstaander) ontkiemt er Leven in het dode hart. Waarom? We weten het niet.

We hebben gezien wat we kunnen doen en weten als christelijke arbeider, en wat we niet kunnen doen en niet kunnen weten… Ten derde wil ik nog even aanraken wat we kunnen verwachten en wat we niet kunnen verwachten. Broeders en zusters, als we het woord verkondigen mogen we vruchten verwachten! We mogen een oogst verwachten!

Veel christenen hebben in deze tijd, in deze maatschappij, de hoop verloren. De hoop op een rijke oogst. En we kunnen dat best wel begrijpen : zo’n ‘goddeloze’ maatschappij waarin we nu leven… als je spreekt over god en bijbel ben je verplicht elk woord 10x uit te leggen, want niemand snapt ook maar één iota van wat je zegt. Er is geen godsdienstige opvoeding meer… geen referentiekader waarnaar we kunnen verwijzen… Denk u eens in dat u een landbouwer bent en je zaait gewassen, en eigenlijk ga je er van uit dat er toch wel niets zal groeien… da’s pas triest toch?… Wel, vreemd genoeg is dit de ingesteldheid van de meeste christenen in onze tijd : af en toe spreken we wel eens over God (we zaaien)… maar eigenlijk gaan we ervan uit dat het toch allemaal geen zin meer heeft in onze tijd. Wie neemt er ons nog ernstig? Wie zal naar ons luisteren?…

Ja, het is omdat we zaaien met een negatieve ingesteldheid dat er ook niets groeit! Als christelijke arbeiders mogen we resultaten verwachten! Hoe meer we verwachten, hoe meer we ook zullen zien!
Wat we echter niet mogen verwachten is dat alle zaadkorreltjes ook effectief zullen groeien… en ook niet onmiddellijk wanneer we het gezaaid hebben. Er is zelden onmiddellijk resultaat… Ja, soms moet je jaren zaaien… getrouw zaaien, dag in, dag uit… voordat er resultaat zichtbaar is.
Maar dit mogen we verwachten : het zaaien doorheen de eeuwen is niet verloren gegaan! God houdt de mensheid in zijn palm. Dit mogen we weten : God laat ons niet in de steek : elk woord in Zijn Naam draagt leven…

Dit mogen we doen : ga dan heen, broeders en zusters, in deze maatschappij (de landbouwgrond) en zaai het evangelie in de harten van de mensen.


Hemelse Vader,

Leer ons wat we kunnen doen in uw Naam,

leer ons uw woord te zaaien in de harten van de mensen.

Geef ons de kracht om te blijven zaaien,

zelfs al lijkt het alsof alle zaadjes in onvruchtbare aarde vallen.

Wij kunnen alleen maar zaaien,

wij smeken u het zaad ook te doen ontkiemen.

Schenk leven, Vader, in de harten van de mensen.

Leer ons dan ook wat we niet kunnen doen…

wat we niet kunnen weten, wat we niet kunnen verwachten…

alsof het leven in de harten van de mensen van ons zou afhangen…

alsof wij geloof zouden kunnen doen ontstaan in mensen…

Dat alles is uw terrein, Vader.

Wij kunnen slechts met stamelende woorden getuigen.

Met gebrekkige woorden verkondigen…

Maar geef ons dan ook de kracht om daarin te volharden.

Leer ons ook te ‘maaien’, wanneer we vruchten zien groeien

in de harten van de mensen die het zaad mochten ontvangen.

Leer ons de mensen binnen te leiden in uw geloofsgemeenschap,

de kerk, het lichaam van uw zoon Jezus de Christus.

Geef ons de kracht om broeders en zusters te ondersteunen,

te begeleiden, hoop te geven,…

te doen groeien in geloof, zodat steeds meer vruchten

binnengehaald mogen worden in de oogst.

Wees uw zaaiers op het land, uw arbeiders op deze wereld, nabij.

Leer hen afhankelijk te zijn van U.

Amen