Jesaja 1 : 2 – 18

Jesaja 1 : 2 – 18 + Joh. 3 : 1 – 8

Gemeente,

‘Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol…’

Verzoening staat centraal in de profetie van Jesaja, en het plan dat God heeft om tot die verzoening te komen. Verzoening door de lijdende knecht des heren : we zouden bijna van het ‘evangelie volgens Jesaja’ kunnen spreken. De naam ‘Jesaja’ betekent trouwens : ‘JHWH redt’.

Eigenlijk is het gehele boekje Jesaja een miniatuur bijbel te noemen. Er zijn 66 bijbelboeken en Jesaja telt 66 hoofdstukken. De bijbel kunnen we opsplitsen in OT (39 boeken) en NT (27 boeken). Zo wordt ook Jesaja vaak opgesplitst in 2 makkelijk te onderscheiden delen van, jawel, 39 en 27 hoofdstukken. In het 40e hoofdstuk van Jesaja (het eerste van dat tweede deel dus) lezen we over de ‘stem van één die roept in de woestijn’ : een profetie die vaak aanzien wordt als de aankondiging van Johannes de Doper (waar het NT ook mee begint natuurlijk). Het laatste hoofdstuk van Jesaja beschrijft ons (net als het boek Openbaringen) de schepping van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De grote profetie van Jesaja toont ons dus niet alleen de centrale thema’s van de Schrift, maar is er ook als het ware een mini-reflectie, weergave van.

Dit boekje van zo’n 2500 jaar geleden is, jawel, tot ons onderricht geschreven. De menselijke problemen die erin beschreven staan zijn ook onze problemen. Het menselijke probleem is voor Jesaja een universele waarheid… een waarheid die altijd geldt voor eender welke tijd en plaats. En met dat menselijk probleem begint hij ook zijn profetie : (lezen vers 2-3).

De mens is in opstand gekomen. En het meest pijnlijke is wel hun ondankbaarheid. Zelfs dieren weten beter. Waarom is de mens zo blind voor de goedheid en genade van God? Elke adem die we in onze longen mogen trekken is toch een genadegave van deze God… alles is toch een geschenk? Maar de mens mist elk inzicht, draait zijn rug naar de Gever.

Daarom komt God tot een 7-voudige aanklacht in vers 4 (lezen). Ontrouw, ongerechtigheid, zondaars, verdorven, God verlaten, Hem versmaad, en Hem de rug toegekeerd. Dit is het probleem met het ganse menselijke ras. De mens is niet geworden wat de oorspronkelijke bedoeling was : er is een vergif ingeslopen die zelfs alle pogingen die we ondernemen tot het goede laat ontaarden in allerlei nieuwe problemen. Dat is wat de bijbel ‘zonde’ noemt : gericht zijn op het eigen ik, ‘eigen ik eerst’ (de lotto : ‘en nu ikke’). Het resultaat is vervreemding, van God en van elkaar. God uit het zicht verliezen is ook de mens uit het zicht verliezen, want de mens is gemaakt naar gods beeld. Dit is het probleem waar onze wereld, waar de mens mee worstelt, vandaag. Daarover wil Jesaja het met ons hebben.

Die vervreemding van God en de naaste geeft aanleiding tot pijn en lijden (zie 5-9) : lees vers 7. Het is de mens die het zichzelf aandoet. De vraag is dus niet : ‘Waarom laat God dit lijden toe?’, maar wel : ‘Waarom laat de mens het lijden toe?’

Wat is nu de reactie van de mensen, van Israel, van de kerkgangers? Ze weten dat het fout zit… en dus houden ze erediensten… ze bekeren zich niet echt… maar houden religieuze opvoeringen in de hoop God daarmee te paaien. Lezen verzen 12-13. Al die rituelen zijn symbolen, ze staan ergens voor… en zijn dus zinloos als ze leeg zijn, als ze niet opgevuld worden door het hart. Als ze niet ondersteund worden door een verandering in de levenshouding. Als je niet meent wat je zingt, wat je bidt… dan walgt God van de eredienst…

Wat wil God dan? Als goed geplande en mooi uitgevoerde erediensten zijn ding niet zijn, wat dan wel?

In verzen 16-17 toont God het ons wat hij wil in duidelijk taal, zonder doekjes erom : lezen 16-17.

Eigenlijk twee stappen : één negatief, één positief. Stop met het verkeerde (egoisme) te doen, begin het goede (naastenliefde) te doen. Dit is wat God wil. Het teken van waar geloof is gehoorzaamheid aan deze twee verzen. Als dit niet aanwezig is in je leven, dan is elke expressie van geloof die je aanbiedt aan God voor Hem braakverwekkend.

Nu lijkt het dus heel simpel om te doen wat God van ons vraagt. We weten dat we moeten komen tot naastenliefde… de behoeftigen in de maatschappij helpen, de onderdrukkers (zij die armoede en lijden veroorzaken) aanpakken… en toch, en toch lukt dat ons niet. We zijn zodanig op onszelf gericht, dat we dat goede eigenlijk helemaal niet willen doen. Hoe kunnen slechte mensen, egocentrische mensen, komen tot het goede, dat wat God wil, naastenliefde? Dit is de hamvraag waar Jesaja op botst in zijn bespreking van de relatie tussen God en mens. Hoe God dit probleem overwint komen we bij Jesaja tegen in het volgende vers : vers 18 lezen.

Dit is toch de bijbelse boodschap bij uitstek, de evangelische boodschap : er is geen redding in de mens zelf, we kunnen onszelf niet genezen. En er moet ook meer gebeuren dan enkel maar vergeving van zonden, ook de mens zelf moet inwendig veranderd worden, opnieuw geboren worden. Die vergeving en die verandering gebeuren enkel maar vanwege de genade van God, het is God zelf die het initiatief neemt, de eerste stap zet : dat is toch het ‘goede nieuws’ (het evangelie). Jesaja toont ons hier hoe de lijdende knecht des Heren zal komen om die verzoening tussen God en mens mogelijk te maken.

De mens houdt van de zonde : dwz hij houdt ervan zijn eigen wil te doen, ten nadele van de naaste. Dat is het obstakel, de ruzie tussen God en de mens. De mens is in opstand gekomen tegen zijn Maker. En dan zien we dat wonderlijke vers 18 waar God ons zegt : ‘Kom toch (ga een nieuwe manier van leven leiden (figuurlijk), laat ons tesamen overleggen… laat ons tesamen komen tot rechtspraak, laat ons tesamen komen tot correctie…’ (moeilijk te vertalen vers, met heel veel betekenis).

Dit is toch de genade van God dat hij ons niet veroordeelt, wat zijn recht zou zijn, maar dat hij ons uitnodigt tot overleg! Kom, laat we d’r eens over praten om tot een oplossing te komen. Hij is bewogen door liefde en genade. Er is nog hoop voor de schuldige. Verzoening is mogelijk!

Maar hoe dan wel? Hoe kan die verzoening er komen? De mens is te schuldig, te zondig van ingesteldheid : we willen helemaal geen naastenliefde. Ja, onze talloze zonden zijn zo rood als scharlaken, staat er geschreven. Rood is ook de kleur van bloed. In het OT-ische denken bevat het bloed de ziel van de mens. Onze zonden zijn dus niet zomaar eventjes een foutje uit onoplettendheid… Nee, onze zonden zijn ingeworteld in onze ziel. Dat is wat het betekent. Zonden maken deel uit van wie ik eigenlijk ben! Het is onmogelijk voor de mens zelf om dat te veranderen.

Wel, zegt God, kom tot mij, en ik zal je ziel veranderen tot ze wit is als sneeuw.

Hoeveel christenen worstelen niet met dit probleem : ze bekeren zich, ze treden toe tot de kerk, ze laten zich dopen, ze verwachten rozegeur en maneschijn, een vlekkeloos, heilig leven… Ze blijven echter met een wellustige blik kijken naar hun buurvrouw (of man), ze blijven uitvliegen tegen de kinderen, ze blijven… zondig…

Wel, zegt God, kom tot mij, en al ben je van nature zo zondig dat het lijkt als een rode vlek op een kledingstuk van wol, ik krijg die vlek er wel uit. Ik zal die bevlekte stof van je ziel terug veranderen in wat het oorspronkelijk was. Ik zal die roodgekleurde wol van je ziel terug veranderen zodat het terug puur wordt als de wol die nog aan het schaap vastzit.

Zodus moeten we zeggen : de verzoening die God ons geeft is tweeerlei. Het is ten eerste de vergeving van al onze zonden (dat is wat we vaak horen in de kerk), maar het is ook de verandering van onze ziel : de verlossing van de macht van de zonde. Dat is wat Jezus de ‘wedergeboorte’ noemt in het Johannes-evangelie.

Ten eerste is er dus de vergeving van al onze fouten door de genade van God : gratis en voor niks, voor iedereen die zijn vertrouwen stelt op God. Dit is wat met het offer van Jezus bedoeld wordt : een offer brengen om het terug goed te maken (een OT-isch gebruik). Wel, God brengt dus een oneindig offer (namelijk zichzelf) om het oneindig, voor altijd dus, goed te maken tussen God en mens. Dit is de methode, het middel, die God daarvoor gekozen heeft. En moderne mensen begrijpen het niet altijd, hebben het er vaak moeilijk mee. God gebruikt de methode die toen, in die tijd, voor handen lag om die vergeving, die verzoening te tonen. Misschien zou hij het in deze tijd anders getoond hebben…

Dus door je vertrouwen te stellen op dat offer… ja, dat offer is er ook voor mij… worden al je zonden voor eeuwig weggewist. Dat is hoop ik, een boodschap die regelmatig herhaald wordt in de kerken, want het is het centrale thema van ons geloof.

Maar veel minder gekend en begrepen is het tweede aspect van die verzoening.

Namelijk de verandering die zich dient te voltrekken in onze ziel : de wedergeboorte. Kijk, de fouten die we maken, onze zonden, hebben een heel sterke macht over ons… het is als een verslaving. We zijn slaaf van onze zonden. Dat ligt bij iedereen ook anders (oordeel niet te snel over de ander).

Zo heb je mensen die genetisch belast zijn met bepaalde zonden. Een aanleg tot bepaalde fouten die ze meegekregen hebben van hun ouders, in hun lichaam als het ware : aanleg tot opvliegendheid, of een overheersende sexuele drang… Dat is wat men vroeger ook erfzonde noemde : bij je geboorte heeft de zonde al macht over je vanwege de fouten van je ouders. Moderne mensen horen dat niet graag, want we worden geacht ‘vrij’ te zijn en al dat soort dingen… Maar de waarheid is dat we al vanaf de geboorte gevangen zijn, slaaf van onze inherente zonden.

Een andere erge vorm van zonde die macht gekregen heeft over ons leven is de zonde die tot een gewoonte geworden is. Je zondigt een eerste keer, alles lijkt nog onder controle… je gaat een stapje verder… het wordt langzaam een spinneweb rond je… het wordt een net rond je van touwen die altijd maar strakker staan… en op ‘t laatst is het als een kooi met ijzeren banden. Slechte gewoontes, dronkenschap, elke vorm van verslaving aan genotsmiddelen, pornografie… die dingen… iets waar je eigenlijk niet meer de kracht voor hebt om er vanaf te komen.

Hoe zou de luipaard zijn vlekken kunnen verliezen, of de zebra haar strepen?

Mensen horen dat niet graag. Ze denken zelf wel baas te zijn over hun leven. Onzin. U bent slaaf (net zoals Israel slaaf was in Egypte). En dan komt er dat inzicht, die bekering, de ontsnapping uit Egypte door water heen (de doop!). God vergeeft u die zonden van Egypte. Maar dat is niet het einde van het verhaal… Nu zijn we, net zoals Israel, bezig met onze tocht door de woestijn (dit aardse leven). Maar die tocht is er eentje van vallen en opstaan, we zondigen nog altijd (het gouden kalf, opstand tegen Mozes…). Maar het is een tocht van verandering… iedere stap is er eentje dichter bij het beloofde land… die pelgrimstocht die we nu ondernemen is als de barensweeen van een nieuwe geboorte. Het is pijnlijk en moeilijk… maar bij de geboorte is het leed vergeten dat we nu hebben.

U weet ongetwijfeld dat rode vlekken bijzonder moeilijk uit kleren te krijgen zijn, denk maar aan een wijnvlek. Maar dit is de belofte van God in het boek Jesaja : wat wij niet voor elkaar krijgen, daar heeft Hij een begin van gemaakt in ons leven, en straks helemaal wanneer we het beloofde land binnengaan : de macht van de zonde in ons leven is gebroken. Wat we niet verdienen krijgen we toch in genade :

‘Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol…’

Amen.