Hebreeën 4 : 1 – 13

Gemeente,

‘Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten…’

Als je bijbelstudies en commentaren op dit vers naslaat, dan ga je merken dat iedereen hier wel een verschillende gedachte koestert naargelang de richting waartoe men behoort. Sommigen zullen zeggen dat de tekst het vleesgeworden Woord betreft, de goddellijke Logos, die in het begin bij God was : namelijk Jezus Zelf. Anderen zullen dit vers echter toepassen op het geinspireerde woord, de schrift…

Voor beide interpretaties zijn er heel wat erg goede argumenten. En het is ook niet mijn bedoeling om ze tegenover elkaar te stellen of om ze hier uitvoerig te gaan toelichten…

De vraag is natuurlijk of die twee opvattingen elkaar wel moeten uitsluiten… of dat wel tegenstellingen zijn. Als beide interpretaties goede argumenten kunnen aanhalen dan is het mijn ervaring dat beide wel eens gelijk kunnen hebben. Want wat over Jezus gezegd kan worden, kan vaak ook over de schrift gezegd worden! Hoe nauw zijn die twee dan ook met elkaar verbonden… zouden we ook maar iets weten over de ene zonder de ander?

Zoals Christus ons God toont (openbaring), zo toont de schrift ons Christus (openbaring). Want wat zouden we weten over Jezus zonder dit boek? Niets!… Zo toont het geschreven woord ons het lichamelijke Woord. Nu zijn er heel wat ‘moderne’ christenen die de openbaring in de schrift ontkennen… en men gelooft dan wel in de Leraar, de Christus (het blijven christenen), maar niet in zijn onderwijzingen die in de schrift staan : want de bijbel is dan natuurlijk voor zulke ‘moderne’ geesten een mythologisch boek beinvloedt door heidense culturen enz… en elk versje wordt dan gedisecteerd in schrijver A, B en C die vanuit hun eigen bekrompen opvoeding de dingen trachten te duiden door middel van achterhaalde en ouderwetse opvattingen. Dan kun je gelijk 90% van de bijbel in de vuilbak gooien en alleen dat overhouden wat natuurlijk past bij je eigen, zgn. moderne verlichte opvattingen… En die moderne opvattingen dat is als het waaien van de wind : iedere dag uit een andere richting. In theologie is er wel ieder jaar een nieuwe rage over wat wel en niet kan… wat een ‘hot topic’ is zoals dat heet, of wat al weer passé is… Ja helaas, zo gaan de meeste christenen (en ook voorgangers, da’s erger) te werk tegenwoordig. Ja, als je maar een dik geleerd boek kunt schrijven met een revolutionaire interpretatie (waarin je het liefst gevestigde waarden omver schopt : Jezus was getrouwd, gevlucht naar Z-Frankrijk…), dan ben je verzekerd van veel aandacht.

Christus en Schrift gaan samen (‘zo gingen die beide tesaam’) : de schrift aan de ene kant is de enige openbaring van het Woord (Jezus) die we hebben. En omdat Jezus uit de dood is opgestaan wordt het woord (de bijbel) levend en krachtig. Het is als het ware een wisselwerking tussen die twee. En daarom slaat onze tekst van vandaag ook op alle twee : het levende Woord (Jezus) en de openbaring daarvan in het geschreven woord (de schrift).

En laten we nu even kijken naar de kwaliteiten die de schrijver van de Hebreeen-brief toekent aan dit Woord van God (Jezus, de schrift). Namelijk : het ‘ is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard…’ Het woord van God is levend! Jezus, opgestaan uit de doden, is levend! Maar ook dit boek hier is ‘levend’! Dat is, denk ik zo, een heel moeilijk mysterie voor de meeste christenen om te bevatten. Elk ander boek kan wel een boodschap bevatten… zelfs met een zekere kracht naargelang het talent van de schrijver. De mens heeft heel wat grootse dingen geschreven in de loop van deze duizenden jaren… Maar er is geen enkel ander boek waarin een hemels leven wonderen bewerkt in de mens dan dit boek. Dit boek kan dan wel in uw kast zitten en daar liggen te bestoffen… maar neem het ter hand en… lees het levende woord : en wat gebeurd er dan? Het boek worstelt met ons… als je die bijbelteksten diep laat doordringen. Het boek slaat ons eigen ik neer… Het boek grijpt ons bij de hand, ondersteund ons als we weer opstaan… Het boek is troost in het dal van diepe duisternis… Het boek verwarmt ons hart in bange dagen… Het boek heeft een boodschap in een tekst voor de ene, en een heel andere boodschap in diezelfde tekst voor een ander! Want de Geest Gods werkt levend door de woorden heen. Je kan nooit of te nimmer één tekst volledig begrijpen of vastleggen. Het is levend, dat is : het beweegt met een wil van zichzelf. Oordeel nooit over wat een ander meent te lezen… oordeel nooit over hoe een ander meent geroepen te worden in de tekst. Want het levende woord kan wel degelijk een eigen boodschap hebben voor die ander.

En dit boek kan wel oubollig overkomen, maar dat is dan de vertaling (mensenwerk!) die tekort schiet. De inhoud, soms verborgen door die vertaling, is altijd nieuw, vernieuwend, en vol van levende kracht.

Leraren en dominees gaan zich na een tijdje herhalen (met hun favoriete stokpaardjes waar ze graag over praten)… maar niet de apostelen en profeten van de schrift. Het is telkens nieuw, en daarom kan er ook gepreekt worden elke zondagmorgen opnieuw! Vaak hebben we de idee dat het aan de mens is om het dode woord van 2000 jaar geleden nieuw leven in te blazen (moderne interpretaties en zo van die dingen). Maar nee! Het omgekeerde is het geval… het levende woord van God blaast de dode mens van deze moderne tijd nieuw leven in. Het is dus niet de taak van de voorganger om een oude tekst in een modern daglicht nieuw leven in te blazen. Nee, de voorganger moet het leven van het woord, dat er al in zit, doorgeven aan de mensen in de kerk. Eén enkel vers… kan ons tot leven wekken als Lazarus die uit het graf kwam. Eén enkel woord uit de schrift kan ons weer opwekken en kracht geven om verder te gaan op de levensweg. Wij zijn vaak als die dode die in de put gegooid werd en de oude botten aanraakte van de daar begraven profeet… en weer tot leven kwam.

Eigenlijk is de grote hervormer Maarten Luther hier een mooi voorbeeld van. In een tijd waarin de bijbel eigenlijk niet meer gelezen werd (en we weten wat er allemaal verkeerd liep binnen de kerk van die tijd), begon Luther met bijbelstudies waarbij hij het oorspronkelijk Grieks en Hebreeuws gebruikte… en zie welk een resultaat dat had! Welk een heropstanding van de kerk, welk nieuw leven daaruit voortvloeide!

Hoe we de bijbel ook mishandelen (niet meer lezen, vullen met bijgeloof, slechte interpretaties…) : zolang God leeft zal het woord leven dat tot ons spreekt door de Geest.

Nu is het woord niet alleen ‘levend’, het is ook ‘krachtig’ staat er geschreven. Krachtig in de zin van ‘vol energie’, ‘actief’. Het is altijd één of ander vers uit de schrift die mensen aan het denken zet… die iets losmaakt bij mensen… die iets bewerkstelligd! De schrift is de spiegel waardoor we onze eigen zonden leren zien. Wat mensen tot bekering brengt… wat ons brengt tot de genade : zo krachtig is het woord!

Broeders en zusters, als je goed wil doen in deze triestige wereld, en als je een machtig wapen wil hebben om mee te werken, blijf dan bij het evangelie… het levende evangelie, het oude, oude evangelie.

Het woord is krachtig genoeg om te strijden met de zonde en dood van de menselijke natuur… De kerkgeschiedenis staat vol van voorbeelden wat voor een effect het lezen van de schrift kan hebben op mensen. Laten ook wij trachten daar bij te horen!

Het woord is niet alleen ‘levend’ en ‘krachtig’, het is ook ‘scherper dan enig tweesnijdend zwaard’. Tweesnijdend : het heeft met andere woorden, geen stompe kant… de scherpte is overal. Elke tekst, zonder uitzondering, bevat een boodschap. Elke tekst is in staat om te snijden in ons geweten… Geen enkel nutteloos hoofdstuk, geen enkel nutteloos vers in de schrift. Hoe beperkend is het gebruik van een leesrooster in de kerk. Een handvol teksten die jaar in jaar uit herhaald worden… De schrift is als een kasteel vol kamers vol met schatten die wachten om ontdekt te worden… en de meeste christenen raken niet verder dan de inkomhal… Daarom dat met de bijbel bezig zijn, hoe weinig ook (liefst dagelijks een beetje : een halfuurtje? 15 minuten? Één tekst desnoods!), zo belangrijk is voor een christen…

En dat het woord snijdt, dat kunnen we hopelijk allemaal hier bevestigen… hoe het woord snijdt in onze trots, in onze eigendunk, in onze zelfrechtvaardiging… dat is meestal een pijnlijke gebeurtenis, wanneer we ontdekken hoe we tekort schieten. Maar godzijdank snijdt het woordt ons ook los van de zonden in ons leven. Elke zondige gewoonte wordt blootgelegd, elke zondige gedachte wordt losgesneden…

Hoeveel christenen misbruiken het woord niet als zwaard om op anderen in te hakken (te veroordelen).

Maar het is een tweesnijdend zwaard (de snijkant is ook naar jezelf gericht!) : en het snijden begint in eigen huis, in de eigen ziel… het oude, verdorven, natuurlijke, egoistische leven moet in stukken gehakt worden… zoals de profeet Samuel de verdorven koning Agag in stukken hakte voor de ogen van Saul.

Nu snijdt het woord niet alleen, het ‘dringt ook door, zo diep…’ Het zwaard heeft ook een punt. Het zondige hart moet ook eerst bereikt worden door dikke lagen van verdediging heen, voordat het snijden kan beginnen in ons leven. Het evangelie vindt die weg naar ons hart… en naar het hart van anderen. Zelfs al zijn er muren opgetrokken van vooroordelen, van bijgeloof, van ‘moderne gedachten’…

En wanneer dat zwaard ons hart bereikt, ‘scheidt het vaneen ziel en geest’… het maakt het onderscheid duidelijk tussen datgene wat van de natuurlijke mens is (ziel) en datgene wat van God is (geest). Natuur tegenover genade. De natuurlijke mens (ziel) dat is de zelfrechtvaardiging : zichzelf goed genoeg vinden voor God. Daar waar genade (geest) ons toont hoe we tekortschieten, maar dat God ons vergeving schenkt in het levende Woord (Jezus).

Welk is nu de les die we uit dit ene vers kunnen trekken voor deze morgen?…

Het eerste is wel dit : broeders en zusters, heb eerbied voor het Woord. Lees het, bestudeer het, luister ernaar… U herinnert zich misschien dat we bij kerstmis lezen ‘en het kind werd in doeken gewikkeld…’

Dat woordje voor ‘doeken’ is hetzelfde woordje dat joden gebruiken voor de windsels waarin de Tora-rol wordt opgeborgen. Daarom dat de grote kervader Augustinus ons zegt dat de Schrift de doeken zijn van het kind Jezus. We komen tot het kind door de doeken heen.

Ten tweede : waneer u zich heel erg ‘down’ voelt, doods… kom dichter tot het Woord, want het woord is levend! Wanner je in gebed geen woorden over je lippen krijgt… laat God dan tot je spreken door het woord. Waneer we ons zwak en ontoereikend voelen, kom kracht putten uit het woord.

Als we moeten spreken en we hebben woorden nodig, kom dichter tot het woord. Heel wat voorgangers bedenken allerlei zalvende woorden om de vrede in de kerk te bewaren en niet op zere teentjes te moeten trappen. Of andere voorgangers bedenken donderpreken van hel en verdoemenis…

Dat is allemaal niet nodig, blijf zo dicht mogelijk bij het woord (en we schieten daarin altijd tekort!). Want niets is snijdender dan het woord zelf! Vaak hebben we de neiging ons aan te passen aan de toehoorders… we weten dat sommige dingen gevoelig liggen en daarom zwijgen we er liever over. En zo maken we van het tweesnijdende zwaard een houten kopie, een oefenzwaardje dat niet snijdt, maar hoogstens een blauw plekje slaat… Laat ons daar verre van blijven.

Broeders en zusters, blijf bij het levende woord… en laat het evangelie van je ouders, het evangelie van de hervormers, het evangelie van de menigte voor de troon van God, het evangelie van Jezus de Christus, ook uw evangelie zijn!

Amen.