Genesis 29 : 9 – 30

Genesis 29 : 1 – 30

Gemeente,

‘Maar in de morgen, zie, het was Lea…’

Jakob kwam uit een heel bijzondere familie… God had namelijk een verbond gesloten met zijn grootvader Abraham. Deze drie : Abraham, Isaak, en Jakob, ze worden ook wel de ‘aartsvaders’ genoemd… En de belofte die God aan hen gedaan had was dat zij de vader zouden zijn van een groot volk : het uitverkoren volk van God…
En telkens wordt die belofte doorgegeven aan één van hun nageslacht (dwz het wordt niet gedeeld met alle kinderen) : God kiest zelf wie de zegen ontvangt (het is geen verdienste van dat kind zelf).

En daar beginnen de problemen… want mensen menen het altijd beter te weten dan God : Abraham zal God wel even een handje helpen en hij verwekt een kind bij z’n slavin Hagar met alle problemen vandien…
En Isaak kiest voor Esau, daar waar God had gezegd ‘de oudere zal de jongere dienen’…
Broeders en zusters, dat zijn niet zomaar vergissingsjes die foute keuzes die mensen maken… die dingen hebben heel verstrekkende gevolgen : de zonden van de kinderen zijn toch zo vaak de fouten van de ouders…

Het is omdat Isaak kiest voor Esau en hem verwent dat Esau opgroeit tot een arrogante, trotse man zonder zelf-controle… het is omdat Isaak van Esau zijn favoriet maakt, dat Jakob een leugenaar wordt en zijn heil zoekt in bedriegelijke praktijken… in het misleiden van z’n eigen vader…

U kent het verhaal wel : hoe Jakob door bedrog de zegen afsnoept van z’n broer Esau, die hem dan eigenlijk wil vermoorden. En hoe Jakob wegvlucht naar verre familie en zo bij z’n oom Laban terechtkomt (en daar begint onze tekstlezing).
En in Laban ontmoet Jakob zijn gelijke wat liegen en bedriegen betreft… Want deze Laban heeft al snel door hoe hij Jakob kan manipuleren… gebruiken tot eigen voordeel, om ‘winst’ te maken.

‘Zeg mij, wat uw loon moet zijn…’ Zo begint de onderhandeling over het arbeidscontract tussen die twee. … En Jakob onthult meteen z’n hartewens : hij heeft Rachel lief…
Jakob heeft daarmee zijn zwakke plek getoond aan Laban… die ouder is en al heel wat meer ervaring heeft in bedriegen dan z’n neefje. En in een oogwenk ziet Laban hoe hij twee vliegen in één klap kan slaan : Jakob ‘gratis’ laten werken voor hem, dat is één. En het andere ‘probleem’ dat netjes opgelost wordt heet ‘Lea’.
‘Nu had Laban twee dochters; de oudste heette Lea en de jongste Rachel. Lea’s ogen waren flets, maar Rachel was schoon van gestalte en schoon van uiterlijk…’

Wat die ‘fletse’ ogen ook mogen zijn, niemand die het precies weet (het wordt ook niet verder uitgelegd)… maar één ding mag zeker zijn : Lea was lelijk (naar de maatstaven van die tijd!, misschien was ze vandaag wel fotomodel geweest… schoonheid is slechts een illusie van de cultuur waarin we leven).

Nu stelde Jakob voor om zeven jaar te werken voor Rachel… ‘En Laban zeide : Het is beter, dat ik haar aan u geef dan dat ik haar aan een andere man geef, blijf bij mij’…
Merk op hoe subtiel de bedrieger antwoord… hij zegt niet : ‘ok, zeven jaar is goed’… Laban gaf zo’n antwoord dat Jakob dacht dat Laban er mee instemde. Maar het enige waarmee Laban instemt is dat het inderdaad een goed idee is dat Jakob Rachel krijgt (ooit wel een keertje). Nergens stemt Laban in met de voorwaarden van de overeenkomst (het zeven jaar werken).

En dan, na die zeven jaar, is er een groots huwelijksfeest… en Jakob krijgt een bruid…
‘Maar in de morgen, zie, het was Lea…’

Ik wil dat we nu niet alleen kijken naar wat er geschreven staat in onze tekstlezing, maar ook naar wat er niet staat. Datgene wat automatisch aangenomen wordt zou je kunnen zeggen en dus niet vermeld wordt… ‘Des avonds echter nam hij zijn dochter Lea en bracht haar tot hem, en hij kwam tot haar… Maar des morgens, zie, het was Lea…’

Dat wil zeggen : als Jakob pas in de morgen ontdekt dat het niet Rachel is maar Lea, wil dat eigenlijk ook zeggen dat hij er nooit had op gelet tijdens de nacht dat het eigenlijk Lea was en niet Rachel!! (heel belangrijk puntje).

Of met andere woorden : blijkbaar kende hij Rachel dan toch niet echt goed… Zijn liefde was blijkbaar gericht op Rachel’s uiterlijk (die hij ‘s nachts niet kon zien). Als je het meest intieme met elkaar deelt dan leer je elkaar echt ‘kennen’ (Het hebreeuwse woordje voor ‘kennen’ duid trouwens op intieme relatie). En blijkbaar was er niets mis met Lea op dat gebied

Laten we dat goed voor ogen houden! Blijkbaar was Jakob tijdens die nacht (voor hij haar kon zien met z’n ogen die geconditioneerd waren door het schoonheidsideaal van de cultuur waarin hij leefde) gelukkig met zijn ‘Rachel’ (die een Lea was).
Het is pas achteraf, in de morgen, dat hij zichzelf overtuigd dat hij bedrogen is. Had hij bij wijze van spreken zijn ogen dicht gehouden voor de rest van z’n leven, dan was hij waarschijnlijk perfect gelukkig geweest met die vrouw (de Rachel in z’n gedachten die in werkelijkheid een Lea was).

Broeders en zusters, dit is een heel belangrijk punt waar we veel uit kunnen leren. Is het niet zo in ons leven dat we voortdurend verlangen naar een ‘Rachel’? We spiegelen onszelf voortdurend ‘Rachels’ voor, in onze gedachten, in onze verlangens… En ik heb het nu niet alleen over mooie vrouwen natuurlijk, maar over alles waarvan we menen dat als we het hebben, we ook ‘gelukkig’ zouden zijn.

Hoe vaak denken we niet :

… als ik maar die of die positie kan bereiken in m’n carriere, ja dan pas kan ik gelukkig zijn…

… als ik maar in die of die grote villa kan wonen, ja dan pas kan ik gelukkig zijn…

… als ik maar op vakantie kan gaan naar die of die verre bestemming waar ik al jaren over droom, ja dan pas kan ik gelukkig zijn…

… als mijn partner maar zus of zo eruit ziet (naar het schoonheidsideaal van onze cultuur), ja dan pas kan ik gelukkig zijn…

En dan bereiken we die positie, of gaan we naar dat verre land op vakantie, of wonen we in die villa, of trouwen we met de partner van onze dromen… … ‘Maar in de morgen, zie, het was Lea…’

Na de zondeval is dit het voortdurende streven van de mens naar het onbereikbare (de Rachel in z’n gedachten). En het is achteraf nooit wat je er van gedacht had (alles in het leven blijkt ‘maar’ een Lea te zijn)! We spiegelen onszelf voortdurend van alles voor wat eigenlijk niet eens bestaat. Alles moet ‘perfect’ zijn… zoals wij gedacht hadden. Dat is in onze huidige maatschappij, vrees ik, een ernstig probleem aan het worden.

Je bereikt dan misschien wel die positie in je carriere… maar je ontdekt ook dat je met pensioen gaat en dat niemand je eigenlijk mist…
Je koopt dan wel die villa… maar de riolering blijkt verouderd en het dak lekt…
Je gaat op vakantie naar die verre bestemming… en het regent er de ganse tijd…
In de morgen is elke Rachel een Lea. Het kan niet anders.

In dat verlangen naar een ‘Rachel’ (van welke soort dan ook) bereiden mensen voor zichzelf een nederlaag : de onvermijdelijke nederlaag die het leven is.
En er zijn vier manieren om daarmee om te gaan wanneer je, vroeg of laat, tot die onvermijdelijke ontdekking komt :

  1. ‘het is de schuld van de anderen’ : alle andere mensen in m’n leven zijn maar Lea’s, en ik wil Rachel. We dumpen onze partner, vinden onze familie vervelende kwasten… we haten. We haten de anderen die ‘maar’ Lea’s zijn in onze ogen.
  2. ‘het is m’n eigen schuld’ : ik faal. Ik ben niet goed genoeg voor een Rachel… en we wentelen in zelfmedelijden… we zijn afgunstig op de vermeende ‘Rachels’ van anderen.
  3. Of we komen tot het juiste inzicht : ‘er zijn helemaal geen Rachels’, maar we formuleren het verkeerde antwoord : de zinloosheid van het bestaan, cynisme, nihilisme, zelfmoord.
  4. ‘Rachel is niet van deze wereld’ : de Rachel van ons verlangen is God Zelf. Als we tot dat besef mogen komen, dan hoeven de Lea’s van deze wereld ook helemaal geen Rachels meer te zijn. De carriere is niet langer een afgod (een ‘Rachel’) maar alleen maar een werkgelegenheid (een klein deeltje van dit leven)… een klein rijhuisje met een goed dak is beter dan een villa met een lek… tot rust en ontspanning kunnen komen is beter dan een verre reis… De Rachels in onze gedachten zijn niet langer een afgod…Liefde is in de Lea die je is toebedeeld een Rachel te leren zien. Dankzij Gods genade mogen ontdekken dat de Lea’s in ons leven (en ik spreek nu niet enkel over vrouwen) waarlijk Rachels zijn.

Tot zover m’n eerste puntje : dat het in de morgen altijd Lea’s zijn (en dat dat ook helemaal niet erg is!). M’n tweede punt waar ik vanmorgen wil bij stilstaan is dat God altijd werkt met en door zwakke mensen… erg zwakke mensen (net zoals u en ik).

Want kijk, hier hebben we Jakob (een aartsvader nota bene!!) : en hoe behandelt deze gelovige, deze aartsvader, vrouwen? Hij gebruikt Lea om kinderen te krijgen… gebruikt haar (misbruikt haar), want hij houdt helemaal niet van haar. En in dat ‘arbeidscontract’ tussen Laban en Jakob worden vrouwen toch maar gezien als product om te verhandelen.

Broeders en zusters, vaak hebben we de illusie dat de grote figuren uit de bijbel ‘voorbeelden’ zijn voor ons geloofsleven… spaar ons daar van!
Jakob : bedrieger en handelaar in vrouwen (een gelovige!!)… En hij is niet alleen hoor : David (de man naar Gods hart!!) : pleegt overspel en is een moordenaar (als gelovige!! niet ervoor ofzo)… Mozes (de vriend van God) : ook al een moordenaar…
Elk zogenaamd ‘voorbeeld’ (met uitzondering van Jezus) is een zondaar, zelfs als gelovige. Als we dat vreemd vinden of daar moeite mee hebben, dan is het omdat we uiteindelijk het evangelie niet begrijpen!

De bijbel heeft het namelijk helemaal niet over ‘voorbeelden’… er zijn geen heiligen in de RKK-zin, die we moeten trachten na te apen. Net zoals er geen Rachels zijn in dit leven waarnaar we moeten streven. De bijbel geeft ons, altijd opnieuw in al die talloze verhalen, mannen en vrouwen waar God mee blijft werken, zelfs wanneer die mensen voortdurend die genade van God tegenwerken.

Want dat is het wat al die zogenaamde ‘grote voorbeelden’ doen : de genade van God tegenwerken in hun leven! En daar mag je jezelf in herkennen! Dit is het wat wij voortdurend doen (ook als gelovige!) : de genade van deze God tegenwerken.

In die zin zijn de bijbelse figuren eigenlijk wel ‘voorbeelden’ (maar gans anders dan we gedacht hadden) : dat is het zijn voorbeelden van falende mensen die ondanks zichzelf gered worden door deze God van genade. Zo is het ook met ons : gered, ondanks jezelf!!

Wij verdienen die genade helemaal niet… we zoeken de genade niet eens… en het ergst van al : wanneer we dan gered zijn door genade beseffen we het niet eens echt, en menen we voortdurend toch te moeten presteren op één of andere wijze… alsof het ergens toch nog van ons zou afhangen.

Het is niet zo! Godzijdank, het is niet zo!

Dit is het belangrijkste punt van onderscheid met andere godsdiensten (en helaas ook met een aantal groeperingen die beweren ‘christelijk’ te zijn) : de godheid staat (in alle godsdiensten) aan de top van de ladder (om het beeld van de droom van Jakob te gebruiken), en de (af)god zegt : dit is mijn ladder… als je tot bij mij wil komen moet je deze ladder beklimmen (inspanning leveren, presteren)… je moet trachten zo hoog mogelijk te komen (ja, eigenlijk is ook dit het voortdurende streven naar de onbereikbare Rachel)… als je niet ver genoeg raakt op het einde, dikke pech…

Het is, met andere woorden, in elke godsdienst ook altijd een presteren op één of andere wijze (of je moet een code van gedrag volgen, de juiste geloofsregels kennen enz…). Je moet echt hard proberen, presteren… en dan lukt het (misschien). Het leven als ingangsexamen voor het Koninkrijk van God…
Broeders en zusters… het lukt nooit : want in de morgen is het altijd een Lea.

Kijk naar al die (grote?) voorbeelden’ in de bijbel : ze hadden vaak een rechtstreekse openbaring van God, en grote wonderen in hun leven… en toch verknallen ze het keer op keer… Broeders en zusters : dit is het ‘evangelie’ (het goede nieuws!) : onze God staat helemaal niet op de top van de ladder… we hoeven helemaal niet te klimmen (te presteren) op die ladder… want Hij zond Zijn Zoon naar beneden (langs de ladder, de omgekeerde richting) om ‘God met ons’ te zijn (Emmanuel).

De Zoon, Jezus de Christus, heeft het leven geleefd dat wij zouden moeten leven (in onze plaats) en Hij is de dood gestorven die wij zouden moeten sterven (in onze plaats)…

De verhalen in de bijbel (en ook dit verhaal van Jakob en Laban) zijn inderdaad verhalen van zwakke, zwakke mensen (zoals u en ik)… maar dit is het evangelie : wij behoeven niet uit eigen kracht de ladder te beklimmen… nee, bij deze God werkt alles omgekeerd : de sterke God daalde af om zwak te worden temidden van ons…

… want in de morgenstond van het hemelse Koninkrijk mogen we, Godzijdank, altijd een Lea zijn, door Zijn genade! (‘in de morgen, zie, het was Lea!).

Voorbede.

Hemelse Vader,

wij smeken U om ons te bevrijden

van de slavernij aan de Rachels in onze gedachten.

Leer ons om te aanvaarden

dat Uw genade tot ons komt in de Lea’s van het leven.

Laat ons leven niet bepaald worden

door de jacht naar die onbereikbare Rachels…

maar leer ons om tevreden te zijn met de Lea’s

die ons ten deel vallen in dit leven.

Laat ons tot het besef komen dat het leven zonder U

alleen maar een nederlaag kan zijn.

Wanneer we in deze jachtige maatschappij

wanhopig ijveren voor carriere, hobbies, goederen…

dan kan dat alleen maar teleurstelling brengen,

want in de morgen, zie, het was (een) Lea…

En vanuit dat inzicht Vader,

schenk ons de wijsheid om te begrijpen

dat U de God bent die niet eist dat we moeten presteren

voordat U ons lief hebt.

Maar dat U ons in liefde kiest, zelfs al zijn we maar ‘een’ Lea.

Wij danken U Vader :

Dat U de God bent die kiest voor de Lea’s.

Dat U de God bent die niet eist dat we een Rachel zijn,

maar dat U gekozen hebt voor ons (de Lea’s),

zodat U zelf afdaalde tot ons,

(en wij niet moeten opklimmen tot U),

ja, dat U als een ‘Lea’ werd temidden van ons…

om ons te tonen dat ook een Lea een Rachel kan zijn

door genade!

Amen.