2 Korintiërs 12 : 1 – 10

Gemeente,

‘Maar Hij heeft tegen mij gezegd : Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht…’
Broeders en zusters, onze tekstlezing handelt over de doorn in het vlees van Paulus… Maar al te vaak stellen we ons de bijbelse figuren voor als volmaakt, als ‘heilig’ (in de RKK zin, zonder fouten, zonder zonden)… in ieder geval als superieur aan ons. Zulke mensen als Paulus en de apostelen… tsja dat maken ze niet meer, denken we. Wij kunnen daar nooit aan tippen toch?…

Dit is een heel ernstige misvatting! En Godzijdank toont de bijbel ons dat ook. Onze passage handelt over het geheime leven van Paulus, mag ik wel zeggen! Blijkbaar had hij een ernstig probleem in z’n leven… Een beetje zoals U en ik dus!… Laten we die figuren uit OT en NT niet op een verhoog plaatsen! Dit waren zwakke, falende mensen… maar zij kenden een kracht die ook wij kunnen kennen vandaag! De Heilige Geest toen is dezelfde Heilige Geest van deze morgen! En ok, Paulus had de genade van bijzondere openbaringen… Paulus had de genade dat hij opgenomen werd, nog tijdens z’n aardse leven, tot in de derde hemel… Dat is heel bijzonder… Dat heb ik (helaas) nog niet meegemaakt. Maar deze dingen zijn een gave van God. Het was niet omdat Paulus zo ‘goed’ was dat hij deze dingen kreeg. Allesbehalve, herinner U hoe Saulus de christenen vervolgde (‘hij brieste van dreiging en moord’ staat er)!… Dus Paulus is wel boven ons door de genade die hij mocht ontvangen, maar hij zakt evengoed tot op ons niveau door de ‘doorn in het vlees’… Het is goed om daar eens bij stil te staan vanmorgen.

Ten eerste willen we stilstaan bij een gevaar die Paulus bedreigde : (vers 7) ‘En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen (die hem waren gegeven in genade!) niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven…’ Blijkbaar was er een gevaar dat Paulus zich zou verheffen boven de anderen! Voor sommigen onder ons is dit een reeël gevaar wanneer we bijzondere gaven mochten ontvangen… waardoor we al snel gaan denken dat we dus meer zijn dan een ander. En dat geldt in ‘t bijzonder voor Paulus : (vers 2) hij werd opgenomen tot in de derde hemel! Hij werd opgenomen in het paradijs, staat er, en hoorde er onuitsprekelijke woorden die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken! Wat we ons daarbij precies moeten voorstellen wordt helaas niet verder uitgelegd, maar dat het een unieke ervaring moet geweest zijn, is overduidelijk. Paulus mocht naderen tot God… op zo’n manier en zo dicht… iets wat geen enkel ander mens ooit mocht meemaken, voor zover we weten. Paulus had zich heel makkelijk kunnen verheffen boven anderen door deze gebeurtenis… want was hij niet speciaal? Was hij niet bijzonder?… Meer dan anderen, uitgekozen door God?… Dat is misschien helaas iets wat heel wat christenen ook van zichzelf denken… meer dan hun buurman… bijzonder, want gelovig in deze maatschappij… En we vergeten maar al te snel dat al deze dingen gaven zijn van de Allerhoogste!

We mochten inzicht ontvangen in het Woord van God. We hebben de gave ontvangen van geloof in deze dingen… Efeze 2 : 8v : ‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen…’
Het gevaar van verheffing boven anderen is zo groot… zo ‘normaal’ in ons leven (althans in mijn leven is dat toch zo!). Het is iets waar we allemaal in meer of mindere mate aan lijden, naar de gaven die ons gegeven zijn. De zonde van hoogmoed is in ‘t bijzonder heel sterk aanwezig bij gelovige christenen… Want wij kennen de waarheid… de anderen niet. Wij zijn ziende, zij zijn blind… Dat is zo verleidelijk… En hij die denkt dat hij nederig genoeg is, is ongetwijfeld de meest trotse van ons allen.
Als ik Paulus zo lees, dan denk ik dat hij dit gevaar heel goed besefte. En om zeker te zijn dat hij zich niet zou verheffen boven de naaste, gaf God hem ‘een doorn in het vlees’…

Laten we ten tweede hier bij stilstaan : ‘opdat ik mij niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven…’ Merk op dat er staat ‘gegeven’ (Gr ‘didoomi’) : dit is meteen heel bijzonder want het Griekse woord draagt in zich de betekenis van een gave, ja een geschenk, een beloning zelfs! Er staat niet dat die ‘doorn in het vlees’ hem werd aangedaan als een straffend lijden of zoiets… nee, Paulus rekende deze doorn in het vlees, dit lijden, deze zwakheid in zijn leven, als een gave die hij mocht ontvangen om hem nederig te houden! In het begin zag Paulus het niet zo, want hij had ‘de Heere driemaal gesmeekt’ dat deze doorn van hem zou worden weggenomen. Welk nu was deze ‘doorn’? Waarover gaat het eigenlijk?…

Het Griekse woord ‘skolops’ duidt op een doorn, een splinter, een scherpe stok. Het betreft dus eigenlijk iets kleins en heel erg scherp. Misschien is het best voor ons om te vergelijken met een splinter. Iedereen van ons heeft wel al eens een splinter gehad… die onder je huid kruipt… niet dodelijk op zich, niet levensbedreigend… maar ongelooflijk pijnlijk. Bij elke beweging die je maakt voel je hem opnieuw zitten… knagende, kniezende pijn. Verwijder je de splinter niet, ontsteekt de wonde en wordt de miserie alleen maar erger.
Zo’n kleine splinter is ook een geheim iets (heel belangrijk is dit), onzichtbaar voor de buitenwereld… niemand anders ziet het… Paulus had blijkbaar een geheim probleem die hem dagelijks ellende bezorgde. En anderen waren er niet van op de hoogte… zagen het niet in het leven van Paulus. Aan de buitenkant was hij de perfecte apostel, een diepgelovige… iedereen dacht wellicht dat hij volmaakt was… Zo tonen we ons graag aan de broeders en zusters in de kerk, niet?… Maar van binnen… ellende troef.

Welk lijden was dit? Welk probleem van Paulus ontdekken we hier?… We hebben er het raden naar, het staat nergens. Veel commentatoren op deze tekstlezing menen dat Paulus hier verwijst naar een lichamelijk probleem. Vaak wordt gedacht dat Paulus iets mankeerde aan zijn ogen. We lezen zelfs dat sommigen menen dat hij een bochel had en al van die dingen… Het is inderdaad zo dat Paulus een of ander lichamelijk gebrek zal gehad hebben (sommige andere verzen in de bijbel verwijzen immers naar zulke problemen). Maar dat heeft, denk ik, niets met onze tekst te maken.

Want we weten één ding met zekerheid over deze doorn van Paulus : het is een ‘doorn in het vlees‘! Dit is een heel belangrijke aanduiding tot welke categorie de doorn behoorde. Er staat niet : ‘mij werd een doorn in het lichaam gegeven’… In vers 2 bijvoorbeeld gebruikt Paulus het Griekse woord ‘sooma’ (lichaam) : ‘of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet… dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen’. Dit is het neutrale woord voor het menselijke ‘lichaam’, en een verwijzing van Paulus naar een of ander lichamelijk gebrek zou ook datzelfde woordje gebruiken. Maar nu in vers 7 gebruikt Paulus een heel andere aanduiding : niet het neutrale woordje ‘lichaam’ (sooma), maar het beladen woordje ‘vlees’ (Gr ‘sarks‘). Dit woordje komen we vaak tegen bij Paulus en bij hem duidt het altijd op de ‘natuur van de mens die geneigd is tot zonde‘, in tegenstelling tot het spirituele die afkomstig is van God. Er zijn heel wat verzen bij Paulus die dit tonen : lezen we bijvoorbeeld Rom. 7:5 : ‘Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden… in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood…’, en Rom 7:18 : ‘Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet…’… In het ‘vlees’ woont niets goeds!
Dit wijst er op dat als Paulus spreekt over zijn ‘doorn in het vlees’, dat het gaat over een zondig aspect in het leven van Paulus : een verleiding tot zonde waarmee hij dagelijks worstelde!

Een verleiding tot zonde die steeds terug kwam (in ‘t beste geval), of erger : vallen voor die verleiding!… Nee, zult U zeggen, dat kan niet! Paulus, zo’n gelovig iemand… die kan toch niet vallen voor een zonde??… Nogmaals, we weten niet precies naar welke zonde Paulus verwijst, noch of hij enkel de verleiding had of erger… maar ik lees U Rom 7:19 waar Paulus het volgende zegt over zichzelf (die tekst wordt vaak genegeerd want past weer niet in ons plaatje over Paulus) : ‘Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik!’

Broeders en zusters, hoe herkenbaar in ons leven (althans in mijn leven toch!). Geen reden tot hoogmoed, geen enkele reden om neer te kijken op een ander, de naaste! Matt. 7:3 : ‘Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op?’… Want een christen moet zich bewust zijn van zijn falen, van zijn tekort schieten tegenover de Wet van God. Iedere dag van mijn leven sta ik bloot aan mijn verleidingen (voor een ieder van ons zijn dat andere)… ja, helaas, zo vaak val ik ook voor die verleidingen : … het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik! Wel, zo was het ook bij Paulus. Ja, hij was één van ons. En daarom kunnen we werkelijk leren van hem, van Gods werk door hem. Hij zweeft niet onbereikbaar boven ons als een of andere superman, supergelovige. Zondig, zelfs als christen : (Rom 7:24) ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?’… Paulus was zich maar al te bewust van zijn falen… zo moeten ook wij dat zijn. Of… we vallen in de valstrik van hoogmoed… neerkijken op de naaste.

Want ten derde zien we het onmiddellijke effect van deze dingen bij Paulus (en dit is het wat we moeten leren) : Paulus ging op z’n knieën om te bidden! Driemaal smeekte hij God om hem te verlossen van die ‘doorn in zijn vlees’. In heel wat christelijke kringen hoor je dat je maar gewoon wat moet bidden om alle problemen op te lossen in je leven… Was het maar zo!

Want God gaf Paulus een wonderbaarlijk antwoord. Een antwoord die hij totaal niet verwacht had! ‘Mijn genade is voor u genoeg!’ In dit leven worden we niet verlost van lijden, ook niet van de vele zonden die ons omringen en waaraan we, helaas, ook vaak ten prooi vallen. Het enige wat ons rest is te vertrouwen op Genade!… Daarom is het ook goed dat we totaal niet weten aan welke verleiding Paulus blootgesteld werd of onder welke zonde hij bezweek. Zo kan een ieder van ons zijn eigen falen invullen in deze woorden van 2 Kor 12, en zo krijgen deze wonderlijke woorden van God een machtige betekenis in ons eigen leven : ‘Mijn genade is voor u genoeg!’… Werp al je lasten op Hem, werp al je zonden op Hem! En val op je knieën voor het kruis, waar Hij onze zonden droeg!

Wil dat nu zeggen dat een christen er maar op los mag zondigen? Want Zijn genade is toch genoeg blijkbaar?… Volstrekt niet! (om het met Paulus te zeggen). Zonde is een gruwel in de ogen van God. Iedere dag zul je moeten worstelen om te overwinnen… Maar wanneer het (weeral) niet lukt, heb berouw, en vertrouw op Zijn genade!
Want dit is het bijzondere dat we kunnen leren uit deze tekst van Paulus : deze zwakheden in ons leven, deze zonden waaraan we lijden, worden door God gebruikt om iets goeds te bewerken in ons leven : namelijk dat we bovenal nederig mogen worden. Dit is het wonderbaarlijke in het leven van een christen : God gebruikt onze zwakheden om Zijn kracht duidelijk te maken : (vers 9) ‘Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn Kracht wordt in zwakheid volbracht!’

Alles werkt mee ten goede voor zij die geloven! Zelfs de doorn in ons vlees, die op zich een vloek is over ons, wordt door Gods kracht een zegen in ons leven, net zoals uit de leeuw die Simson versloeg, honing tevoorschijn kwam.

Broeders en zusters, val ook vandaag op je knieën voor Hem. Bid dat je de zonde in je leven mag weerstaan. Ja, dat Hij je die kracht mag geven in je leven om jouw zwakheden te weerstaan. Beroem je dan niet op je overwinning, want zonder Zijn kracht zijn we als niets. Zoals ook Hij een doornenkroon droeg aan het kruis, zo moeten ook wij in dit leven onze dorens dragen. Maar we kunnen ze dragen, in ons lijden, door Zijn kracht die Hij ons geeft. En wanneer we dan tot dit besef mogen komen in ons leven, zullen we nooit meer neerkijken op een ander… zullen we nooit meer oordelen over de doorn in het vlees van een ander! Want zoals God’s genade genoeg is voor onze doornen, zo zal Zijn genade ook genoeg zijn voor de dorens van de naaste.

Voorbede.

Hemelse Vader,

Leer ons om onze broeders en zusters in de Schrift,

niet op een verhoog te plaatsen.

Leer ons om niet te denken dat zij

automatisch meer waren dan ons.

Maar openbaar ons de kracht

waaruit die gelovigen konden putten.

Openbaar ons dat ook wij, elke dag van ons leven,

mogen beschikken over diezelfde kracht!

Leg onze zwakheden bloot.

Sta niet toe dat we zouden denken

dat we zonder zonden zijn,

volmaakt en beter dan een ander,

omdat we christen zijn.

Leer ons dagelijks om om te zien

naar onze eigen balk in ons oog.

En behoed ons voor de hoogmoed

van weeral eens kritiek te hebben

op de splinter in het oog van onze naaste.

Breng ons tot nederigheid!

Breng ons op de knieën voor U!

Maar sta ook niet toe dat we onderuit gaan

in depressie of zwaarmoedigheid.

Leer ons, toon ons, openbaar ons,

Uw kracht in onze dagelijkse zwakheid.

En geef ons die kracht zodat we

steeds de naaste mogen helpen

om ook zijn zwakheid te dragen!

Amen.