1 Korintiërs 4 : 1 – 5

1 Kor. 4 : 1 – 5 + Gen. 24 : 1 – 12

Gemeente,

‘Zo moet men ons beschouwen : als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd’.

Wij zijn dienaren… als we er bijbelstudies op naslaan dan merken we ook dat men bij deze tekst van Paulus vaak gedacht heeft aan de ‘bedienaar van de eredienst’, de voorganger, de dominee… die het beheer van de geheimenissen van God is toevertrouwd.

‘Bedienaar van de eredienst’, ‘dominee’… klinkt allemaal heel erg deftig… geleerd… klasse…

Maar het woord dat hier in onze tekst staat en vertaald wordt met het neutrale ‘dienaren’ komt eigenlijk van een Grieks woordje dat ‘onderste roeier’ betekent. Omdat dat in onze huidige tijd niets meer te betekenen heeft vertaald men maar met ‘dienaren’… maar eigenlijk komt het woordje van slavenarbeid op de galeien. Een Romeinse oorlogsgallei in die tijd had drie niveaus van slaven aan de riemen.

Keihard, onmenselijke arbeid… het leven van zulke slaven werd gemeten in maanden… De bovenste rij roeiers die hadden nog af en toe wat frisse lucht die van bovenaf kon binnenwaaien… maar de onderste rij… nauwelijks zuurstof, hitte, dodelijke slavenarbeid…

Klinkt al minder deftig… geleerd… klasse… toch? Maar zo moet je jezelf beschouwen zegt Paulus ons : als de onderste roeiers van Christus. Niet als roeiers van de bovenste plank… maar van de laagste… De gallei is dan de kerk, het lichaam van Christus… de stuurman is Jezus… de eigenaar, de Caesar, is God… en wij, wij zijn de onderste roeier… niets meer, maar ook niets minder dan dat.

Aan zulke onderste roeiers, aan ons dus, is het ‘beheer’ van de geheimenissen van God toevertrouwd. Wij zijn dus ook als ‘beheerders’, zegt Paulus ons. In de eerste plaats de voorganger, de leiders van de plaatselijke kerk, de ouderlingen, maar ook alle leden… zijn beheerders.

Wat houdt dat nu in, het ambt van ‘beheerder’?

Ten eerste is een ‘beheerder’ een dienaar… hij beheerd, regeert over, zorgt voor, het eigendom van een ander. Hij is niet heer en meester over het eigendom… de onderroeier is toch ook niet de eigenaar van de gallei…

De dominee, de voorganger, is er voor de kerk… de kerk is er niet voor de voorganger. Hoeveel zijn er niet die omhooggevallen de kerk trachtten in te richten naar hun eigen theologische voorkeur?…

Dat is het nadeel van een preekstoel… de voorganger staat automatisch ‘boven’ zijn schaapjes, met alle verleidingen vandien… maar vergeet niet hij is een ‘onderste’ roeier… misschien kunnen we in elke kerk een preekput maken, het zou bijbels meer verantwoord zijn.

Ten tweede moeten we toch zeggen dat een goeie beheerder onder direct bevel moet staan van zijn Meester. Als je als ‘beheerder’ van een bepaald eigendom niet communiceert met je opdrachtgever… dan ga je toch in de kortste keren de mist in?

Als de onderste roeier niet luistert naar het ritme van de trom, dan zouden de roeispanen toch verward raken met elkaar? Iedere dag zou er de vraag moeten zijn bij de voorganger, maar ook bij iedereen hier aanwezig : ‘Here, wat moet ik doen vandaag? Steun mij met raad en daad… geef leiding, toon de weg…’

Iedere dag bidden met God… hoe kan je nu een beheerder zijn en niet praten met de opdrachtgever??

En daarom, als derde puntje, moeten we er een gewoonte van maken om als beheerder voortdurend rekenschap te geven van datgene wat we betrachten in zijn Naam.

Niet snel tevreden zijn met je werk als christen, maar jezelf ook voortdurend bevragen… Wat tracht ik te bereiken met mijn preken? Of, spendeer ik genoeg tijd in gebed? Of, lees ik genoeg in die bijbel? Of, hoe is het gesteld met mijn naastenliefde, ten opzichte van mensen hier in de kerk? In de maatschappij?… En ik kan misschien wel heel druk in de weer zijn, ook op gebied van geloof (commissies en praatgroepen genoeg)… maar kwantiteit is niet altijd kwaliteit natuurlijk… Rekenschap afleggen van alles wat je doet : dat is ook de taak van een beheerder ten opzichte van de eigenaar. Iedere dag! Spendeer ik de talenten die ik van Hem in vertrouwen gekregen heb, wel op de juiste wijze?

En dat is eigenlijk ons vierde puntje : de eigenaar vertrouwd op de beheerder die Hij heeft aangesteld!

We hebben talenten gekregen van onze Meester : we zijn slim, of handig, of sociaal… maar dat zijn geen eigenschappen waaruit we moeten trachten winst te slaan voor onszelf… iets wat voortdurend gebeurd in deze maatschappij. Nee, we zijn als beheerders van die talenten zodat er winst mag zijn voor de echte Eigenaar van wie we die talenten ontvangen hebben. Hij vertrouwd ons dat we daar iets mee aanvangen voor de naaste… de talenten die we beheren zijn er voor de hulpbehoevende naaste! Dat is eigenlijk de taak die elk christen voor zich heeft.

Naast die talenten die we beheren, zegt Paulus ons, zijn we ook beheerders van de geheimenissen van God. Dat is : het evangelie, de goede boodschap, is aan ons toevertrouwd. Wij, als beheerders hebben het vertrouwen gekregen van God, dat we het evangelie verkondigen aan iedereen die het horen wil.

Er zijn er helaas veel die trachtten het evangelie te ‘verbeteren’… die leer van Schuld en Verzoening… die moeten we toch eventjes modern bijsturen zeg… De geest van deze tijd vraagt toch een heel andere kijk op die dingen… de idee van ‘zonde’ : zo’n middelleeuwse uitvinding… Jezus als middelaar : komaan, we zijn toch geen kinderen meer… zo is het evangelie langzaam verworden tot : ‘en iedereen deed wat goed was in zijn ogen’ (is trouwens een bijbeltekst, zie je wel!).

Nee, broeders en zusters… een beheerder moet zich strikt houden aan het document waar hij de beheerder van is : het document dat bepalend is voor de relatie Opdrachtgever – beheerder. Dit document, het evangelie, de bijbel…het boek van de geheimenissen van God. Als beheerders moeten we trouw blijven aan dat document… en geen eigen clausules gaan bedenken…

Maar laten we ook niet vergeten dat we beheerders zijn… en geen robotten. Dat wil zeggen, een beheerder moet uiteindelijk naar eigen goeddunken handelen. De eigenaar vertrouwd erop dat de beheerder zijn eigen keuzes maakt en daardoor winst zal maken… Wat dus voor de ene beheerder goed is, is dat niet noodzakelijk voor de andere beheerders en omgekeerd.

De beheerder moet zich ook aanpassen aan de omstandigheden… soms moet hij de geheimenissen als melk voor kinderen presenteren… soms als vast voedsel… al naargelang het inzicht van de beheerder zelf en de omstandigheden waarin hij verkeert. In sommige kerken heeft men helaas al te lang moeten wachten op vast voedsel… meestal is er vooral melk in onze huidige generatie kerken, en helaas is dat vaak zo verdund met water tegenwoordig, dat er zelfs van de melk al niet veel overschiet.

En laten we vooral niet vergeten, broeders en zusters, dat we als beheerders van de geheimenissen van deze God, deze God ook representeren naar buitenuit. Dat wil zeggen dat mensen naar ons doen en laten kijken, en dat ze daaruit afleiden hoe onze Meester is. Is er een zwaardere verantwoordelijkheid dan dit?… De beheerder moet toch handelen naar de richtlijnen van de Meester? Als we er foute gedragingen op na houden… zullen mensen dan niet denken dat dat richtlijnen zijn van die Meester?

Onze lezing uit Genesis toont ons nu zo’n perfecte beheerder, de knecht van Abraham. Zijn enige betrachting is te slagen in zijn opdracht zodat God ‘genade mag bewijzen aan zijn heer Abraham’ (vers 12). De knecht cijferde zichzelf volledig weg… Hij was in alle opzichten de ‘onderste roeier’… Hij aanvaarde een taak, ging weg van zijn Heer op een lange reis… Hij had evengoed de kamelen kunnen nemen met al dat goud (zijn talenten zou je kunnen zeggen), en ergens een huisje kopen en een eigen leven gaan leiden… Had ie toch makkelijk kunnen doen?

Maar nee, hij aanvaard de opdracht om die uit te voeren… en merk op dat hij ook zelf beslissingen neemt. Hij is geen robot… hij bedenkt zelf een plannetje om die opdracht tot een goed einde te brengen. Het is wel een plannetje waarin God betrokken wordt, dat wel… Dit is de bijbelse beheerder ten voeten uit : een opdracht, bepaalde talenten (die kamelen, dat goud), en eigen invulling van de uitvoering van de taak! Dit is wat een christen behoort te zijn!

Abraham vertrouwde zijn knecht. Hij vertrouwde hem zo dat hij hem eigenlijk had belast met alles wat hij bezat. Hij laat hem vertrekken met al die kamelen en al die geschenken, al dat goud… Zo groot was het vertrouwen van Abraham… Zo groot is ook het vertrouwen van God in U!…

En zo komen we tot het tweede deel van wat Paulus zegt : ‘Voor zulke beheerders (U en ik dus), is dit tenslotte het vereiste : betrouwbaar te blijken’.

Wij mogen dat vertrouwen dat God in ons gesteld heeft, niet beschamen! Merk op dat er niet staat als vereiste : ‘intelligent te blijken’, of : ‘succesvol te zijn’, of ‘charmant te wezen’… of wat dan ook die de maatschappij echt belangrijk vind. Nee : dit is de vereiste : ‘betrouwbaar te blijken’.

Dat is geen klein bier, broeders en zusters. In dit opzicht kunnen we mislukken op allerlei manieren.

Hoe vaak stellen we ons niet op als de heer en meester zelf… in plaats van de ‘onderste roeier’? Hoeveel staan er niet op hun ‘waardigheid’, hun ‘zelfrespect’…? En zo groeit de knecht uit zijn overall… Toga’s en preekstoelen, heel schoon allemaal… maar ik preek u van ‘preekputten’ en werkkledij.

Hoe kleiner we zijn, hoe meer we onszelf opblazen… kippen doen dat ook. Maar niet zo met ons, mijn waarde onderste roeiers. Zie naar onze Meester, en wat Hij allemaal heeft moeten verduren… Laten we ons niet misleiden door misplaatste trots. Hou de knecht van Abraham voor het oog als voorbeeld. De knecht van Abraham, die alleen maar oog had voor het welzijn van zijn Meester.

De enigste vereiste is : betrouwbaar te blijken… Zijn we nog betrouwbaar als we onze boodschap aanpassen aan de hedendaagse cultuur, aan ‘political correctness’? Is het onze taak om geen aanstoot te geven? Is het onze roeping om mensen plezier te doen?… Nee, niets van dat alles, het is onze taak betrouwbaar te blijken!

Laten we leven als mensen die ergens ‘voor’ leven, namelijk voor onze Meester. En laten we het evangelie spreken, de geheimenissen van God, zonder verbuigingen en eigen bedenksels. Laten we het evangelie leven, zonder trots en zelfverheffing. God heeft ons allemaal een zekere intelligentie, kracht, wijsheid, liefde… toegemeten. Hij vertrouwd ons die dingen toe. De ene heeft meer van ‘t ene dan van ‘t andere. Maar iedereen van u heeft iets. Dat schenkt Hij ons in vertrouwen… dat we er iets mee aanvangen ter ere van Hem. Ons doel is de glorie van onze Meester. Niets anders dan dat. Zoals de knecht van Abraham alleen maar het geluk van Zijn Meester voor ogen had, en het geluk van de Zoon van die Meester. Zo zijn wij er voor de Meester en Zijn Zoon. De knecht moest een bruid halen… zo moeten ook wij een bruid halen voor de Zoon. De bruid dat is toch de gemeente… de bruid voor de Zoon, Christus. Daar wenden we onze kamelen voor aan, daar schenken we onze tijd aan, onze talenten, ons goud…

Vergeet niet dat de Meester komt… Dit is de vereiste : betrouwbaar te blijken in ons beheer van deze aardse dingen… zodat onze Meester van ons zal kunnen zeggen : ‘Wel gedaan, goede en betrouwbare dienaar!’

Amen.